Alsof alleen blanken kunnen schrijven?


essay door

De Buren en Das Magazin organiseren schrijfkampen voor jongeren geïnteresseerd in literatuur en boeken. En die jongeren zijn vooral wit en handig voor het netwerk.

 

Na de jaarlijkse discussie over de kleur van Zwarte Piet, na de dagelijkse gevallen racisme en discriminatie op de arbeidsmarkt en in het straatbeeld, na de institutionele achterstand van minderheidsgroepen, na de talloze debatten over de koloniale geschiedenis van Vlaanderen en Nederland, na Congo en Suriname, na de talloze beschouwingen over radicalisering, na de stroom aan artikels over de Andere, na Emmanuel Levinas en Edward Saïd, na de mondialisering, na Dyab Abou Jahjah en Geert Wilders, na de presidentiële verkiezing van Barack Obama, na de vele avonden met een kebab in de hand, na een vluchtige blik op Europa, na de zoveelste golf van democratisering, na de opkomst van nieuw rechts en de ondergang van oud links, na het einde van de geschiedenis, na de P.C. Hooft-prijs van Astrid Roemer, na het postmodernisme en het aanzwellend conservatisme, na Jan, Joop, Marie, Mohammed en Mustafa – na dat alles, dat mij toch een evidentie lijkt, stel ik mij maar één vraag: hoe in godsnaam is het mogelijk dat anno 2016 De Buren en Das Magazin alleen maar blanke jongeren vinden om hun schrijfkampen te bevolken?

Op twee weken tijd leert een mens niet schrijven, ook niet in Parijs

Das Magazin is onder de meer de uitgever van Het Smelt van Lize Spit. En De Buren slaat als socioculturele organisatie de brug tussen Vlaanderen en Nederland met allerhande lezingen en activiteiten. Beiden organiseren tijdens de zomervakantie ook schrijfkampen.

Het huis De Buren begon vijf jaar geleden, waarbij jonge mensen de unieke kans krijgen om twee weken in Parijs te wonen en te werken. De organisatie voorziet in een gratis slaapplek in een studentenhuis en inviteert verschillende sprekers, zoals dit jaar de Nederlandse auteur Adriaan Van Dis en Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz. Geselecteerd raken wordt steeds moeilijker gezien de groeiende populariteit van de formule. Na het verblijf moeten de jongeren (maximaal dertig jaar oud) een kortverhaal schrijven, een radioreportage maken of een essay publiceren in een krant, magazine of website, eender welk medium dat interesse toont.

Das Magazin (het geesteskind van Toine Donk en Daniël van der Meer) startte drie jaar geleden met een gelijkaardig initiatief. Tien dagen lang krijgen jonge schrijftalenten ‘diepgravende workshops en zorgvuldige redactie’ van namen als Joost De Vries en Thomas Heerma van Voss. Niet gratis, zoals bij De Buren, maar tegen de schappelijke prijs van 250 euro, los van nog ‘wat eetkosten’.

Over de aard van dergelijke initiatieven laat ik mij niet negatief uit. Temeer ik, eerlijkheidshalve toegegeven, zelf ook ooit meedong naar een plaatsje in de lichthoofdstad –zonder veel resultaat overigens.

Ik wilde niet zozeer mee om literair-pedagogische redenen. Want leren schrijven doet een mens niet op twee weken, en verder dan een paar clichés over Parijs zou ik toch niet raken –evenmin soms wie trouwens wél de selectie haalde. Zo schreef Yannick Dekeukelaere ‘na veldonderzoek’ een onbenullig en totaal oninteressant stuk over brutale Parijse obers, met op het einde de bizarre oproep om ‘de lichtstad te mijden’. En Alma Mathijsen, een seutje in hetzelfde bedje ziek, wilde leven als Lucebert in Parijs, wat wil zeggen: als clochard in de open lucht, onder een brug, maar moest, na enkele al te lachwekkende pogingen, toegeven dat ‘ik niet koste wat het kost in Parijs wil zijn’.

De deelnemers van de schrijfkampen willen zo graag deel uitmaken van de nieuwe literaire kaste

Mij leek een schrijfkamp naast een goedkope vakantie vooral interessant omwille van de samenstelling van de groep –en dat vormt nu mijn belangrijkste punt van kritiek, zowel bij De Buren als bij Das Magazin. Bij het afgaan van de lijsten dit jaar, maar ook de vorige edities, bekruipt me telkens een naargeestig gevoel van sociaal-cultureel sektarisme.

Want één constante: wit, overal en altijd maar wit. Om sneeuwblind van te worden. En de uitzondering bevestigt de algemene regel. De Buren telde welgeteld vier anderskleurigen doorheen alle selecties, waarvan twee in de editie van 2013; de niet typisch Belgische of Nederlandse achternamen optellend, kom ik aan zes of zeven, op een geheel van 93 Parijsganger. Das Magazin strandt, met een beetje goede wil, op één, op een totaal van zestig kandidaten. En zelfs deze individuen, die, op zijn minst oppervlakkig, een diverse herkomst verraadden, passen perfect in de rest van het rijtje deelnemers, bevolkt met vooral studenten taal- en letterkunde, of dramatiek, cultuurwetenschappers, filosofen, een verdwaalde wiskundige, en veel journalisten en mediamensen die in dezelfde cirkeltjes bewegen –of dat toch bijzonder graag willen, deel uit te maken van de nieuwe literaire kaste.

(De ironie van dit jaar wil dat een van de kandidaten van Das Magazin uit Maren-Kessel komt, ‘een klein boerengat aan de Maas’, en momenteel in Nijmegen woont om het ‘verstikkende ons-kent-ons-gevoel’ te ontlopen.)

Vele deelnemers debuteerden reeds, waarmee De Buren en Das Magazin graag uitpakken: Lize Spit, Frederik Willem Daem, Lies Van Gasse, Maud Vanhauwaert… Ook Indruk-coördinator Heleen Debruyne wordt graag als coryfee opgediend, naast Jozefien Van Beek die het magazine Oogst lanceerde. En dat is allemaal fijn voor de carrière van die mensen (al zouden die wellicht ook debuteren zonder de schrijfresidentie) maar mag het misschien maatschappelijk gedurfder en minder middenklasse?

De Buren kiest te veel in functie van het eigen netwerk

Bij Das Magazin valt dat nog enigszins (maar ook niet volledig) goed te praten; het blijft tenslotte een jonge commerciële onderneming die, ondanks het georkestreerde goed gevoel, winst moet maken of anders failliet gaat, en daarom een zorgvuldige publicitaire strategie volgt –en met die strategie tevens een manier zoekt om toekomstige schrijvers niet alleen te selecteren maar ook aan zich te binden, zonder al te veel extra investeringen, qua tijd en middelen. Dat lijkt voorlopig makkelijk te lukken, mede door het hippe en ondernemende imago van de uitgeverij. Het charmeert de mensen die het in eerste instantie moet charmeren, de trouwe basis die elke onderneming nodig heeft, en die voor gegarandeerde inkomsten staan en naamsbekendheid.

Maar net omdat Das Magazin zich als nieuw en verfrissend op de markt gooit, en dat claimt in de hele keten, van selectie tot distributie, verwacht ik (op termijn) net een speciale aandacht voor onverwachte stemmen, die misschien meer begeleiding en redactie vergen maar die ook originaliteit kunnen binnenbrengen –originaliteit als in: leespubliek, stijl, thematiek, maatschappelijke en culturele urgentie. Teneinde ook de ‘nieuwsgierigheid‘ waar te maken, waarmee Das Magazin zich naar eigen zeggen van concurrenten onderscheidt.

Het schrijfresidentie-beleid van De Buren vind ik dan weer veel minder vergeeflijk. De organisatie draait op overheidsgeld maar lijkt vooral te selecteren in functie van het eigen netwerk en de eigen naam – en niet in functie van wat het zoveel meer kan zijn: een instelling die werkelijk het verschil maakt. Nu bestendigt het vooral veel van hetzelfde, en blijft het bang het zekere voor het onzekere te nemen –en het bange is het blanke. Terwijl ik net van een gesubsidieerde werking, met een sterke politieke backoffice en een breed bereik, een verhoogde aandacht verwacht voor veranderende maatschappelijke tendensen, wat zich in alle takken van de werking moet vertalen, ook en misschien vooral in de paradeprojecten. De Buren moet op dat vlak ondubbelzinnig een voortrekkersrol spelen en daarom actief op zoek gaan naar jongeren die helemaal niets van De Buren afweten, die niet in het subsidiecircuit zitten en die toch, zelfs al is het maar in een pril stadium, blijk geven van interesse –jongeren die niet over de nodige connecties beschikken en eigenlijk de blanke canon van toeten noch blazen kennen, want opgegroeid in een totaal andere culturele achtergrond, jongeren waar de organisatie later geen nut aan beleeft, jongeren die een moeilijke realiteit belichamen en die systematisch in de letteren ongehoord blijven, jongeren die misschien kleur kunnen aanbrengen in het felle, sneeuwwitte landschap van de letteren, dat vooral het eigen kliekje van subsidiënten en beneficianten bevoordeelt en verblindt.

Reactie van de auteur

Elk jaar trekt deBuren met een groep jonge schrijftalenten naar Parijs. Aangespoord door Maarten Goethals die zich hardop afvraagt hoe het staat met de diversiteit van deze groepen, reageren we in een open brief op zijn betoog en nodigen we hem graag uit het gesprek met ons verder te zetten.

 

Beste Maarten,

Zoals je weet, stimuleert het Vlaams-Nederlands Huis deBuren het debat in de Lage Landen. Om een goed debat te kunnen voeren, is het belangrijk om correct geïnformeerd te zijn, heldere stellingen te betrekken, om krachtige argumenten uit te wisselen en om een aangename, open sfeer te scheppen die het gesprek bevordert. Met deze brief hopen wij opnieuw bij te dragen aan een dergelijk debatklimaat, ditmaal als reactie op het eerder polemische stuk dat je op Indruk plaatste.

Voordat we ingaan op de punten die je aanstipt, is het goed om eerst klaarte te scheppen over onze Parijse schrijfresidentie die jij onder de loep neemt. Als zelfkritisch huis hebben we sinds het begin in 2012 doorlopend ons project herbekeken en hebben we ons daarover verschillende vragen gesteld. Bereikt onze oproep de juiste mensen? Hoe stellen we de groep deelnemers samen? Hoe richten we het programma ter plaatse in? Hoe ondersteunen we de deelnemers tijdens, voor en na de residentie? Hoe willen we ons verhouden tot de media? Hoe ervaren de deelnemers het project?

Dit jaar hebben we, nog grondiger dan voorheen, wijzigingen aangebracht in onze aanpak. Zo werken we vanaf de huidige editie niet meer structureel samen met (media)partners die kandidaten mogen afvaardigen. Ook bestaat de jury niet meer alleen uit medewerkers van deBuren maar kijken we buiten de grenzen van ons kantoor om onze blik scherp te houden. Daarnaast hebben we de redactionele begeleiding van de deelnemers verstevigd.

Wat we echter niet gewijzigd hebben, is de doelstelling van de residentie. Het doel daarvan is niet om te leren schrijven, het doel is ook niet om te publiceren. Dat de jongeren een tekst “moeten” publiceren in “eender welk medium dat interesse toont” is een onjuiste stelling omdat het een omkering is van het traject dat wij voor ogen hebben: we gaan niet uit van de vraag van een bepaald medium, we vertrekken juist van de tekst die de deelnemer zelf wil schrijven.

We laten veel ruimte voor het experiment. Prozaschrijvers die eens gedichten willen schrijven bijvoorbeeld of journalisten die, buiten hun hectische beroepspraktijk, willen werken aan een essay of een langere reportage. We plaatsen uiteindelijk alle teksten op onze eigen website en laten de deelnemers de kans om hun teksten aan geïnteresseerde media aan te bieden. Desgewenst spelen we daar een adviserende en soms bemiddelende rol in. We hebben de laatste jaren gemerkt dat heel wat teksten zo hun weg vinden naar kranten, tijdschriften en online platforms en dat is mooi – met name voor de auteurs die zo hun publiek vergroten – en tekenend voor de kwaliteit van de resultaten. Die publicaties vormen evenwel geen doel op zich.

deBuren biedt in Parijs tijd en ruimte voor verdere ontplooiing van de artistieke praktijk en reflectie op het eigen werk

Het doel van de residentie is het stimuleren van de ontwikkeling van jonge schrijftalenten. deBuren biedt in Parijs tijd en ruimte voor verdere ontplooiing van de artistieke praktijk en reflectie op het eigen werk. Dat doen we op verschillende manieren: door een veelzijdige groep samen te stellen, door de schrijvers in gesprek te laten gaan met elkaar en met andere interessante sprekers, door een uitdagende schrijfopdracht te bedenken, door professionele redactionele begeleiding aan te bieden, door samen te kijken naar publicatiemogelijkheden en door presentaties in te richten die de talenten de kans bieden om zich, soms voor het eerst op het podium, aan een breder publiek te presenteren. Dat we zo op een elegante manier bouwen aan een Vlaams-Nederlands cultureel netwerk behoort tot het dna van deBuren, waarover straks meer.

Het resultaat van deze inspanningen is niet dat we de deelnemers “een goedkope vakantie” aanbieden. De deelnemers die net terug zijn uit Parijs en daar volop geschreven, getekend, gefilmd, geïnterviewd en gediscussieerd hebben – en die nu zwoegen op hun teksten, tekeningen, radiostukken en video’s – kunnen je dat bevestigen.

Je “belangrijkste punt van kritiek” is de “constante” die je ontwaart in onze auteursselectie: “wit, overal en altijd maar wit”. Het is jammer dat je jezelf bij het bespreken van zo’n belangwekkend onderwerp, lijkt te beperken tot huidskleur enerzijds (en daarbij ook nog eens fout telt) en achternamen anderzijds (en daarbij helemaal de plank misslaat). Diversiteit in onze samenleving is een complex gegeven dat niet gebaat is bij slecht telwerk en oppervlakkige waarneming.

Diversiteit in onze samenleving is een complex gegeven dat niet gebaat is bij slecht telwerk en oppervlakkige waarneming

Onder de 86 deelnemers (medewerkers van deBuren dus niet telkens meegerekend) bevinden zich minstens 12 deelnemers van gemengde afkomst. ‘Minstens’ omdat we deze vraag niet aan de deelnemers stellen en dus niet altijd over alle informatie beschikken. Die diversiteit is diverser dan jij lijkt te vermoeden, met deelnemers die, meestal naast een Vlaamse of Nederlandse afkomst, ook familiebanden hebben in Polen, Duitsland, Israël, Spanje, de Verenigde Staten, Portugal, Frankrijk, Suriname, Marokko, Rusland, Oekraïne, Albanië, China, Rwanda en ongetwijfeld nog veel meer landen. Als je kijkt naar de lichting van 2016, hebben minstens 5 van de 18 deelnemers een gemengde achtergrond. Of zij die achtergrond ook willen inzetten in hun artistieke praktijk, is een geheel andere discussie.

Is het dan helemaal uit de lucht gegrepen wat je zegt? Neen. deBuren heeft niet vanaf het begin van de schrijfresidentie en ook niet in elke editie de door ons gewenste diversiteit bereikt. Dat wil niet zeggen dat we die niet hebben nagestreefd. Ons streven houdt echter rekening met meer factoren dan jij lijkt te zien. Zo zoeken we naar een goede man-vrouwbalans, kijken we naar het Vlaams-Nederlands evenwicht, houden we rekening met een diversiteit aan genres (literatuur, journalistiek, theater, radio en de negende kunst) en nemen we schrijvers mee die helemaal aan het begin van hun loopbaan staan en nog geen enkele tekst hebben gepubliceerd naast schrijvers die al aan een oeuvre bouwen. Deze combinatie zorgt ervoor dat tijdens de residentieperiode veel deelnemers juist eens over de grenzen van hun eigen kringen heen kijken.Wat we niet doen, is deelnemers meevragen omdat ze een bepaalde huidskleur hebben of omdat ze een bepaalde sociaal-culturele achtergrond hebben. We hebben nog nooit gevraagd om een foto bij de aanmelding mee te sturen en zullen dat nooit doen. We hebben nog nooit gevraagd om aan te geven in welk land je ouders of grootouders geboren zijn en zullen dat nooit doen. We hebben nog nooit gevraagd naar informatie over iemands financiën en zullen dat nooit doen.
We stellen wel één andere, veel interessantere vraag: wat is je verhaal? Welk verhaal wil jij ons nu vertellen, waarom ben jij degene die dat verhaal kan vertellen en waarin schuilt voor jou en voor dat verhaal de meerwaarde van de Parijsresidentie? Verhaal mag je hier breed opvatten: gedichten vertellen verhalen, foto’s ook. In een samenleving die verandert onder invloed van diverse migratiestromen veranderen ook die verhalen. We zijn ervan overtuigd dat de schrijvers die dit jaar hun verhaal met ons delen, je zullen overtuigen door hun artistieke kwaliteit én door het rijkgeschakeerde wereldbeeld dat ze via hun werk articuleren.

Bij deBuren zijn we ons bewust van de eigen verantwoordelijkheid in de superdiverse samenleving waar we deel van uitmaken maar de kwestie is dat een probleem benoemen nog niet direct ook de oplossing met zich meebrengt. We doen altijd ons uiterste best om onze oproep zo breed mogelijk te verspreiden en inderdaad ook jongeren te bereiken die ons nog niet kennen maar we tornen niet aan een belangrijk gelijkheidsbeginsel: iedereen die meewil, zal zich zelf moeten aanmelden met een overtuigende motivatiebrief en een straf bewijs van schrijfvaardigheid.

Hoe zie je dat anders voor je? Dat we de wijken intrekken op zoek naar jongeren die “blijk geven van interesse” maar die ons nog niet kennen, die duidelijk “een moeilijke realiteit belichamen” en dan kijken of ze die door jou genoemde “blanke canon” van a tot z hebben gelezen? En dat ze juist mee mogen naar Parijs als ze ons beduusd aanstaren bij vragen over Conscience en Multatuli? Uiteraard is dit een karikatuur maar als je echt zo begaan bent met je onderwerp en concrete ideeën hebt over de voortrekkersrol die je ons toedicht, wees dan ook zo genereus om met ons na te denken over instrumenten die ons in staat stellen een nog breder palet aan toekomstige schrijftalenten te bereiken. Want hoewel we het erg jammer vinden dat we dit jaar opnieuw meer dan 90% van de aanvragers hebben moeten afwijzen, blijven we onze oproep via allerlei kanalen verspreiden zodat we veelzijdige en veelbelovende groepen kunnen samenstellen. Als jij ons kunt spijzigen met verse ideeën om nog meer potentiële talenten te bereiken, dan lijkt het ons aangewezen dat we eens rond de tafel gaan zitten.

Uiteraard is het in ons belang om voormalige deelnemers te volgen en om zichtbaar te maken waar zij zich mee bezig houden

Om dat gesprek te openen en onze positie verder te nuanceren, gaan we nog even in op twee andere punten die je aanstipt en die in elkaars verlengde liggen. Ten eerste de boutade dat deBuren alleen zou selecteren “in functie van het eigen netwerk en de eigen naam” en ten tweede het slinkse verwijt dat wij te zeer zouden “uitpakken” met succesvolle deelnemers uit vorige residenties. Over het laatste kunnen we kort zijn: uiteraard is het in ons belang om voormalige deelnemers te volgen en om zichtbaar te maken waar zij zich mee bezig houden. We hebben ons immers ingespannen voor hun artistieke ontplooiing en voelen ons betrokken bij hun verdere stappen. Daarnaast hebben wij ons ook te verantwoorden jegens de overheden die ons steunen en de burger die ons indirect financiert. Zou het niet heel gek zijn als wij zouden beweren dat we een jonge generatie kansen bieden en er vervolgens niemand van die club doorbreekt?

Je suggestie dat we deelnemers louter selecteren omdat ze ons verder kunnen helpen – waardoor we geen kansen zouden bieden aan deelnemers die niet “blank” zijn (jouw onderscheid) – is even pijnlijk als onjuist. Het selecteren van jongeren waar we later niets aan kunnen hebben, om in jouw retoriek mee te gaan, zou welbeschouwd een stommiteit zijn. We streven er immers naar om deze talenten nieuwe podia te bieden, zich te ontwikkelen, om inderdaad een plek te vinden in de door jou versmade “nieuwe literaire kaste”. Het zou toch tegen ieders belang zijn om bewust deelnemers te selecteren van wie we denken dat zij zich na de Parijsresidentie niet artistiek zullen ontplooien, alleen maar omdat ze niet “blank” zijn? Kort en goed: we hopen expliciet dat wij nog iets aan deze jongeren zullen hebben, maar dit ‘wij’ slaat niet alleen op deBuren maar op de gehele Vlaams-Nederlandse cultuur die wij met het Parijsproject een dienst willen bewijzen.

Beste Maarten,

Tot slot nodigen we je graag uit voor Mais oui, Paris! op zaterdag 24 september 2016. Dan vindt de eerste presentatie van de huidige lichting Parijsgangers plaats. Je zult versteld staan van de diversiteit. We horen dan ook graag je ideeën over het verbeteren van onze residentiewerking. Kom je in de namiddag eens met ons van gedachten wisselen hierover?

Alle goeds,

Het team van deBuren