‘Polemiek is niet het hoogste genre’


essay door

Op de lancering van indruk op 2 juni in Passa Porta gaf dichter, romancier en criticus Jeroen Theunissen goede raad aan Indruk. “Schrijf niet voor een nichepubliek. Omzeil die klip.”

Er werd mij in de mailwisseling vooraf gevraagd, iets te vertellen over ‘het nut en het nadeel van literaire polemieken en recensies in het Nederlandstalige taalgebied. Is dat nog van deze tijd, een boek bespreken? Hebben we een nieuwe generatie Jeroen Brouwers nodig? Of is dat net tomeloos arrogant? Wat zijn de klassieke vallen waarin een recensent kan stappen? Enzovoort.’

Goh, dat is nogal wat.

Misschien moet ik eerst een onderscheid maken tussen polemiek enerzijds en literaire kritiek anderzijds. Er zijn overlappingen, maar volgens mij gaat het in wezen om twee andere genres. Dat wordt al duidelijk uit het feit dat een polemiek door een schrijver geschreven wordt, een review of literaire kritiek door een recensent.

Gerrit Komrij noemde polemiek ooit ‘het hoogste literaire genre’. De reden, zo Komrij, is dat literatuur zich niet in een tempel, maar in een dierentuin afspeelt. De polemiek, zo Komrij, ‘neemt de literatuur serieus. De polemicus mag nooit uitglijden, hij heeft in dit precaire genre maar één keus: een meesterwerk of zelfmoord. … Uit liefde voor de literatuur gaat de polemist de literatuur te lijf. … Hij vernietigt – uit idealisme.’

Met andere woorden: de polemist gaat met alle stilistische en inhoudelijke middelen die hem ter beschikking staan een strijd aan op leven en dood, en daarom neemt hij de literatuur ernstig.

De grootste polemist van ons taalgebied is ongetwijfeld Jeroen Brouwers. Zijn Hamerstukken, verzamelde polemieken en oprispingen, blazen je als lezer volledig omver. Interessant echter is dat ik deze karaktermoorden niet in de eerste plaats lees omdat ik denk dat Brouwers gelijk heeft, maar vanwege de taal en ook wel vanwege enig nogal obsceen leedvermaak. Er zit een vaak terugkerend stramien in: Brouwers, een op het eerste gezicht vriendelijk maar duidelijk ook rancuneus personage, is bevriend geraakt met iemand, heeft zich vervolgens om een of andere reden verraden gevoeld, en maakt die persoon in woorden koud. En oké, hij doet het meesterlijk. Je giert het uit.

Vind ik dat de polemiek het hoogste genre is? Nee. In zijn tekst over polemiek herleidt Komrij literatuur tot strijd, en verder niets. Daar ben ik het niet mee eens. Moet er meer polemiek zijn? Bah, ik weet het niet, polemiek zoals beschreven door Komrij en tot zijn perfectie gebracht door Brouwers is de free catch van de literatuur.

Recensies / literaire kritiek / reviews enzovoort zijn helemaal anders. Bij polemiek gaat het er al te vaak toch om, het eigen persoontje ten koste van een ander op een podium te plaatsen. Is dit in polemiek geoorloofd, omdat polemiek in de eerste plaats een literair genre is, dan is het in literaire kritiek de grootst mogelijke fout.

Recensies van ruziemakers zijn slechte recensies

Kritiek heeft een andere, dienende functie. Recensies van ruziemakers zijn slechte recensies.

Waarom dan heb ik mij ook een paar keer kwaad gemaakt, ben ik een paar keer een ruzie begonnen over recensies. Omdat ik meende dat de recensies waarvan sprake zich niet hielden aan enkele basisregels van goede kritiek.

Ik kan die basisregels niet snel even oplijsten, maar ik kan wel een aanzet geven. Ik onderscheid een viertal punten:

  1. 1. Van een kritiek mag ik verwachten dat die niet de persoon of de schrijver evalueert, maar de inhoud van het boek. Sommige schrijvers zijn bijzonder onaangename personen, maar toch goede schrijvers. Misschien heeft iemand iets slechts over jou gezegd of op een receptie het laatste hapje voor je neus weggegrist, maar in een recensie mag dit niet meespelen. Seksistische opmerkingen of persoonlijke rancunes zijn niet nodig.

  2. 2. Een literaire tekst staat nooit op zich, is altijd intertekstueel en contextueel, past binnen een oeuvre, binnen een tijd en ruimte. De tekst kan alleen begrepen worden in de bewuste of onbewuste samenhang met die zaken. Een tekst gaat altijd in dialoog.

  3. 3. Van een criticus mag je verwachten dat deze enig respect heeft. Je denkt eerst even na voor je iemand afserveert. Als het moet, moet het. Voldoet het werk niet, dan voldoet het niet, maar je houdt je rancune voor tijdens een gesprek met je therapeut. Je kunt een tekst ook afserveren op een manier die respectvol blijft. Je staat namelijk als criticus altijd ten dienste van de tekst, of in bredere zin ten dienste van de literatuur. Respect betekent ook dat je bij jezelf enige twijfel toestaat, dat je als je een werk niet geslaagd vindt, of misschien zelfs een spontane afkeer ervan hebt, toch eerst nog even nadenkt of er iets is wat je gemist hebt, dat je dus – samenvattend – altijd meer zin zult hebben om een goede, positieve, enthousiaste tekst te schrijven, en dat je pas het tegenovergestelde zult doen als dit echt niet lukt.

  4. 4. Hoewel wat ik tot dusver vertelde, vaak met voeten wordt getreden, klinkt het allemaal nog vrij logisch. Het vierde aspect, namelijk dat er niet een ‘literatuur’ is, maar eerder zeer veel ‘literaturen’, wordt sneller over het hoofd gezien. Ik heb een visie op literatuur, gesteund, op mijn esthetische en wereldbeschouwelijke opvattingen. Bij een ander zullen die anders zijn. Een literaire kritiek moet altijd op een of andere manier zelfreflectief zijn. De tekst is namelijk altijd een botsing van of een contact tussen twee mensen met andere literaire opvattingen. Of om het eens met Roland Barthes te zeggen: ‘Toute critique doit inclure dans sons discours (fut-ce de la façon la mieux détournée et la plus pudique qui soit) un discours implicite sur elle-même; toute critique est critique de l’oeuvre et critique de soi-même…’ Met name veel kranten- en siterecensies, kort samengevat de recensies met sterretjes, schieten hierin tekort. Zij reduceren de criticus tot schoolmeester en de schrijver tot leerling die een opstel heeft gemaakt. De schoolmeester oordeelt, de leerling hoopt dat hij goede punten krijgt.

Wat is, kunnen we ons vervolgens afvragen, op dit moment het niveau van de literaire kritiek in Vlaanderen. Voor gemakkelijk pessimisme is er geen plaats. Laten we geen doemverhalen vertellen. Er worden af en toe goede stukken geschreven, in kranten, op sites, in literaire tijdschriften.

Maar niet altijd.

Er zijn een aantal problemen.

De meeste kranten, tijdschriften en websites ruimen voor recensies niet veel plaats in, zo’n zevenhonderd woorden, en zijn gebonden aan regels die niets met literatuur te maken hebben. Dimitri Verhulst zal altijd meer plaats krijgen dan Gie Bogaert, al is het boek van die laatste veel beter. Het zijn meestal ook dezelfde mensen die recenseren, wat een beperkt beeld geeft, en wat – doordat die mensen iedere week hun stukjes afleveren – een neiging doet ontstaan om niet zelfreflectief te zijn.

Er zijn ook gewoon te weinig recensies voor een gesprek of debat. Je hebt De Morgen en De Standaard, met erg vaak dezelfde mensen, soms Knack, soms Humo (maar Humo is een beetje verliefd op zichzelf), daarnaast heb je een paar sites zoals Cutting Edge, waar de kwaliteitscontrole erg vaag is.

Als auteur zit je in een verwrongen positie. Het aanbod van recensies is beperkt en de recensies zijn vaak gebonden aan andere criteria dan literaire kwaliteit, maar je hebt die recensies wel nodig om je boek te verkopen.

Daarnaast zijn er niches: De Reactor. Literaire tijdschriften. Vroeger was er De Leeswolf. Hier zijn de teksten vaak langer, soms (maar niet altijd) beter, en hebben ze minder de toon van koopadvies. Het probleem is dat je als schrijver met een goed stuk op pakweg De Reactor geen enkel boek verkoopt (los nog van het feit dat De Reactor zich m.i. wat al te graag als een tegenstem profileert).

Wat kan Indruk magazine in dit veld betekenen? Dat weet ik niet zo snel, jullie zullen het zelf moeten uitzoeken.

Er is te weinig discussie over literatuur en de kritiek is te zelden op niveau

Ik weet echter wel dat het niet gemakkelijk zal zijn, twee hierboven beschreven klippen te vermijden: enerzijds recensies zonder of met erg vage kwaliteitscontrole, die niet meer worden dan zeer subjectieve adviezen, anderzijds een nichepubliek.

De uitdaging zal erin bestaan, beide klippen te omzeilen.

Ik hoop dat het lukt.

Intussen draag ik Indruk magazine een warm hart toe, Ik vind het belangrijk dat er discussie is over literatuur, en vind dat die er tegenwoordig te weinig is, zeker te zelden op een goed niveau. Ik wil graag op een volwassen manier over literatuur praten, en wil ook graag dat die praatjes over literatuur een zo groot mogelijk publiek bereiken. Geen eenvoudige opdracht. Succes ermee.