‘Recensies zijn een religie’


essay door

Bij de lancering van Indruk in Passa Porta hield auteur Joost Vandecasteele een voordracht over recensies, vertrekkende vanuit de recensie op Indruk van zijn laatste boek, Jungle. “Fuck schone zinnen, fuck psychologie, fuck de klassiekers.”

Hallo, ik ben een schrijver.

Er staan op dit moment achttien recensies op indrukmagazine.be. En één ervan gaat over mijn boek. Ik heb het gelezen. En ik denk niet dat de recensent het goed vond. Dat is niet erg, want ik vond zijn recensie ook niet goed.

Er is mij gevraagd een soort recensie van de recensie te maken. Waar ik niet zoveel zin in heb. Zeker als die recensie begint met de zin ‘Joost Vandecasteele noemt zich een schrijver van b-literatuur.’ B met een kleine letter, om al aan te tonen hoe ongeïnteresseerd de recensent is in alles van het B-genre. Dus eigenlijk kun je die zin samenvatten als: “Ik ken dat niet, b-literatuur, en aangezien ik het niet ken, kan het onmogelijk de moeite waard zijn.” Een beetje zoals elke reactie op Facebook.

Dat is niet erg, het is maar een zin.

Helaas komt er nog een zin, om nog eens duidelijk hoe oninteressant deze recensent het B-genre vindt.

Ik citeer. “Hij heeft geen interesse in de psychologie van zijn personages maar wel in hun ideeën. Zijn roman staat bol van de ideeën, zo bol zelfs dat de lezer er een beetje scheel van gaat kijken”.

Boem patat. Wat een zin. Vind ik altijd fantastisch. Als een recensent een beetje gaat leuteren hoe slecht iets geschreven is en dan afkomt met dit soort stellingen. Dat mensen blijkbaar scheel kunnen kijken van bolle dingen. Ik wist dat niet, is dat een recent fenomeen?

Ik heb speciaal nog eens naar alle Rode Duivels hun koppen gekeken en hoewel die mannen elke dag in contact komen met bolle dingen, meer bepaald een bal, kijkt geen enkele enigszins scheel.

Of misschien is scheel kijken door bolle dingen een oud diets spreekwoord. Zoals: “ik heb andere katten te geselen en ik heb in de aap gelogeerd. Niet met een aap, want dan wordt die doodgeschoten, maar in de aap. Hoe iemand in die aap is geraakt, geen flauw idee.

Maar gelukkig is deze recensent zo vriendelijk en zo lief om even voor mij en de schele lezer die hij dus vertegenwoordigt, deze onzin te laten opvolgen met goeie raad. Ik citeer: “Een basisregel voor het schrijven van romans luidt: show, don’t tell.”

Nu weten we dat. Voor alle schrijvers in de zaal; nu weet je het. Doen, he!

Ik zal even google translaten. Je moet tonen, niet vertellen. Wat moeilijk is, want meestal zijn boeken niet met tekeningen. En moet je dus vertellen wat je toont. Ja, het is niet simpel. Maar bedankt voor de goede raad.

Zeker aangezien die goeie raad opgevolgd wordt in de recensie door de lezer een andere boek dan het mijne aan te raden. U raadt nooit welk: iets van Jonathan Franzen.

Elke recensie zou zo moeten zijn. Gewoon consequent opsommen welk boek je beter vond. “Er is een nieuwe Lanoye, die is goed, maar ‘Papa, ik ben het beste uit je ballen’ van Karel Lotingen is nog beter.”

Gelukkig komt er nog een alinea in de recensie met een korte inhoud van het boek. En hoe vermoeiend mijn boek wel niet is. Gevolgd door hoe jammer het is dat ik toch geen psychologie in mijn boeken wil steken. Maar dat ik als een stouterik boeken schrijf met ideeën en theorietjes. Die volgens de recensent ook online te vinden zijn.

Ook een fantastisch inzicht van deze recensent: dat ik een boek schrijf over de invloed van internet op de werkelijkheid en dan zeurt dat ik voorbeelden van het internet haal.

Even tussendoor, indrukmagazine.be is momenteel enkel online te vinden.

Waarom ik een roman heb geschreven? Dat is een goede vraag

Gelukkig is er dan nog een alinea, met de vraag waarom ik een roman heb geschreven. De eerste interessante vraag van heel de tekst. Het betreft ook de bijna laatste zin van de tekst. Maar het is een goede vraag. Een vraag die ik mezelf ook stel. Een vraag die mij steeds vaker doet twijfelen aan mijn plaats binnen de literatuur.

Er komt een antwoord. Maar niet vanavond.

Vanavond stel ik de vraag: waarom kiezen jullie voor recensies? Want literaire recensies zijn net als religie. Namelijk per definitie oninteressant omdat het uitgaat van een ideaalbeeld.

Steeds opnieuw, ook in deze recensie en andere recensies op de website, wordt er vanuit gegaan dat een boek aan bepaalde parameters moet voldoen. Dat er regels bestaan. Dat geloofwaardigheid moet gehandhaafd worden. Dat schone zinnen het belangrijkste zijn.

Fuck schone zinnen. Fuck psychologie. Fuck de klassiekers.

Ik ben het beu om te zien hoe Nederlandstalige literatuur braaf deze regels volgt. En als bepaalde boeken deze regels niet volgen, worden ze daarvoor afgestraft.

Een recensie is per definitie een vernauwing van het boek. Met een focus op de vorm. Maar indruk is pas begonnen, dus bewijs mijn ongelijk.

Ik wil afsluiten met dit: de afgelopen jaren ben ik steeds meer geintrigeerd geraakt door weird fiction. Van mijn uitgever mag ik deze term niet gebruiken. Omdat het lezers afschrikt. Maar ik zeg het hier. Ik schrik sowieso lezers af. Mijn laatste boek beleeft nu haar min eerste druk. Dat wil zeggen dat er meer boeken terug ingeleverd worden dan dat er verkocht worden. Hoe precies dat kan, is een mysterie. En ik ben zot van mysteries en rare dingen.

Zo bestaat er het boek The haunted vagina, van Carlton Mellick III. Over een vagina waar dooien uit kruipen en moorden.

Zo bestaat er de comic book reeks sex criminals. Over een koppel dat de tijd kan doen stilstaan als ze klaarkomen. En ze gebruiken die kunde om banken te overvallen.

Dat zijn goeie ideeën. Deze boeken bestaan, worden verkocht en worden besproken. Er bestaan recensies van The haunted vagina. In zulke recensies worden het boek vergeleken met andere bizarre fiction boeken. Niet te verwarren met steam punk boeken of slipstream fiction.

Ik kan natuurlijk niet verwachten dat elke literaire bijlage of site speciaal voor mij iemand in dienst heeft die even geobsedeerd is met games en science fiction. Maar het maakt me wel moedeloos om te zien hoe steeds opnieuw elk boek in hetzelfde vakje wordt gepropt. Echt proppen en alles wat over de rand glipt, wordt als oninteressant gezien

Ik weet het. Wie ben ik om hier te zagen? Ik houd van niche, net omdat het niche is en genegeerd wordt door mainstream stemmen. Ik wentel mij zo graag in een identiteit van misbegrepen en anders maar ik word wel lastig als ik niet genomineerd ben voor literaire prijzen.

Ik ben een literaire hypocriet

Ik ben een literaire hypocriet. Ik roep hoe belangrijk nieuwe media zijn en zit zelf vast in oude media. Ik zou gewoon blij moeten zijn dat Indruk Jungle heeft besproken.

Ik zou gewoon tevreden moeten zijn dat indruk niet zoals De Morgen doet en zegt: “Het is ofwel een interview ofwel een recensie, niet alle twee”.

Of dat indruk niet zoals De Standaard der Letteren heeft gedaan toen Vel uitkwam. Toen dachten ze iets leuks bedacht te hebben. Dat boek gaat namelijk over een heteroseksuele man en zijn seksverslaving. Dus dacht De Standaard: “Hey, we laten een vrouw en een homo dat recenseren.”

Zo stond het niet in de krant. Er stond niet: “En hier Vel volgens een homo”. Maar het zou tenminste eerlijk zijn en een context geven dat deze recensent schreef dat hij er niet geil van werd.

De vrouwelijke recensent werd er ook niet geil van. En haar excuus was dat ze ooit een beter boek had gelezen. Deze keer niet van Jonathan Franzen, maar van Jan Wolkers.

Dus, beste indrukmagazine.be: wees aub ondanks alle nobele bedoelingen niet een kopie van wat al bestaat. Dat doet literatuur namelijk al heel goed op zichzelf.