Vergeten schrijver: Paul Brondeel (2/3)


essay door

Wout Vlaeminck heeft een boontje voor vergeten schrijvers, zoals de in 2009 overleden Paul Brondeel. In dit driedelig essay komen we alles te weten over deze ‘lispelende schrijver’. Aflevering twee behandelt het hoogtepunt van Brondeels oeuvre: de lovend ontvangen Congo-romans.

Paul Brondeel zal, niettegenstaande romans van uiteenlopend allooi te hebben geschreven, altijd de auteur blijven van verscheidene Congo-romans, waarvan zijn debuutroman Dagboek van een nacht en Ik, blanke kaffer, wellicht veruit zijn meest bekende werken zijn. In 1949, op 22-jarige leeftijd, was Brondeel met de vijf jaar jongere Christiane Hubaut getrouwd. Zij zou voor Paul steun en toeverlaat worden: haar goedlachse, warme karakter contrasteerde met zijn gesloten, eerder zwaarmoedige persoonlijkheid.

In 1951 werd Pauls eerst zoon, Geert, geboren, gevolgd door Jan drie jaar later. Brondeel was lange tijd bediende bij de RTT in Brussel, maar dat bracht weinig financiele voldoening. Het heen en weer reizen liet hem weinig tijd om zich te ontspannen en zich intensief met de opvoeding van zijn kinderen bezig te houden.

Midden jaren 1950 verkast het echtpaar Brondeel naar Congo

In navolging van vele Belgen die hoopten carrière te maken en rijk te worden, en om uit het financiële dal te klimmen waarin ze door onder meer het alcoholmisbruik van Pauls vader waren terechtgekomen, besloot het echtpaar Brondeel midden jaren 1950 naar Congo te verkassen. In januari 1955 arriveren Paul en zijn echtgenote, met in hun kielzog de vier jaar oude Geert en de één jaar oude Jan, in Elisabethstad. Ze zouden er tot maart van het daaropvolgende jaar verblijven, waarna Paul de functie van immigratiebeambtenaar en gewestbeamte aan de grenspost Mokambo toegewezen kreeg. Over deze periode zou Brondeel in zijn roman Ik, blanke kaffer uitvoerig verslag uitbrengen.

In 1956 werd Brondeel naar Kamina overgeplaatst, waar hij in een verlaten loods een nieuw kantoorgebouw moest opstarten. Het daaropvolgende jaar werd het gezin uitgebreid met een derde zoon, Philip. Toen in juni 1958 Brondeels eerste termijn afliep, besloot het gezin voor zeven maanden naar België terug te keren.

Ondertussen was Paul tot de conclusie gekomen dat hij nooit helemaal in Afrika zou kunnen aarden. Daarvoor was hij wellicht te rusteloos: al sinds zijn vroege jeugd was Brondeel al meermaals van huis naar huis, van stad naar stad getrokken. Nergens kon hij geheel tot rust komen. Zijn verblijf in Congo had enkel het financiële aspect als reden, nooit heeft hij zich kunnen identificeren met diegenen die naar Afrika trokken om aan ‘cultuurbeschaving’ te gaan doen.

In januari 1959 keren de Brondeels terug naar Congo

Voor het echtpaar Brondeel was het erg belangrijk om een menselijke relatie met de plaatselijke bevolking op te bouwen. Christiane hielp haar personeel in het huishouden en betaalde hen het dubbele van het officieel toegestane loon. De goede verstandhouding die de Brondeels met de Afrikaanse bevolking had opgebouwd, zou later nog in hun voordeel spelen.

In januari 1959 keerden de Brondeels naar Congo terug, waar Paul eerst in Matadi en daarna in Coquilhatstad aan de slag kon. Tijdens de zeven maanden in Belgie, was Brondeel voor de vierde maal vader geworden: in oktober werd Katrien geboren. Ook Katrien en haar jongste broer, Philip, reisden met hun ouders en de twee oudste kinderen naar Congo.  Het gezin  woonde er in de Saroleastraat, dat in Dagboek van een nacht het decor van zoveel angst en teleurstelling zou vormen.

De jaren 1959-1960 zouden door onrust en chaos worden getekend: het regime van Leopold II had tot honderdduizenden, en mogelijk zelfs miljoenen, slachtoffers, geleid. Bovendien was er de ontvolking veroorzaakt door nieuwe ziektes, zoals hiv, die de Europeanen met zich mee hadden gebracht. Toen op 4 januari 1959 een verboden manifestatie van de ABAKO uit de hand liep,  braken in Leopoldstad vreselijke zware rellen uit. De ordediensten hadden enkele dagen nodig om de situatie onder controle te krijgen en er vielen talrijke doden.

Christiane verbleef samen met de kinderen in een legerkamp tot alles min of meer op orde was gesteld

Deze uitbarsting van geweld bracht een schokgolf teweeg. In een toespraak kondigde koning Boudewijn aan dat België aanstuurde op de volledige onafhankelijkheid van Congo. Uiteindelijk werd Congo op 30 juni 1960, na 52 jaar kolonisatie, onafhankelijk. Een week na de onafhankelijkheid braken er rellen uit, waarna de meerderheid van de 80.000 Belgen die toen in Congo verbleven, in allerijl, en vaak in traumatische omstandigheden, door het Belgisch leger werden geëvacueerd.

Het gezin Brondeel werd door enkele lokale inwoners, met wie ze ondertussen een vriendschapsband hadden opgebouwd, voor een lynchpartij gewaarschuwd: het plan om met een boot te vluchten, werd door een groep Congolezen verijdeld. Uiteindelijk reed Brondeel zijn gezin met de wagen naar een naburig vliegveld, waar een klein vliegtuig klaarstond om hen te repatriëren. Christiane zou later aan haar dochter vertellen dat er nog op dat vliegtuig geschoten werd, gelukkig zonder dramatische gevolgen.

Christiane verbleef, samen met de kinderen, in een legerkamp in Toga tot alles min of meer weer op orde was gesteld. Paul keerde in z’n eentje naar hun woning in de Saroleastraat terug; volgens Geert, de oudste van de kinderen, eenvoudigweg omdat eerst vrouwen en kinderen in veiligheid dienden te worden gebracht. Die onzekere, moeilijke laatste maanden in Congo zouden de aanleiding tot het schrijven van Dagboek van een nacht worden: in zijn debuutroman schrijft Brondeel over de angstaanjagende, eenzame nachten alleen in het huis in de Saroleastraat. Deze traumatische ervaringen hebben Brondeel blijvend getekend.

Terug in België neemt Brondeel zijn voormalige job bij de RTT op

In augustus 1960 vestigde het voltallige gezin zich eindelijk terug in Vlaanderen, al was dat niet voor lange duur: er werd Paul een baantje als douanebeambte op het vliegveld van Usumbura (het huidige Bujumbura in Burundi) aangeboden, en ondanks de traumatische ervaringen in Congo, besloten Paul en Christiane Burundi een kans te geven.

De jongste kinderen, Philip en Katrien, reisden samen met hun ouders naar Burundi, terwijl de twee oudsten, Geert en Jan, bij Pauls moeder logeerden. Voor Geert en Jan betekende dit een periode van groot gemis. Geert was ondertussen elf geworden en had een grote behoefte aan zijn ouders. Die onhoudbare gezinssituatie en de steeds grimmiger wordende ongemakken in Congo en ommliggende gebieden, waren voor Brondeel de redenen om in juni 1691 definitief naar Belgie terug te keren.

Terug in België neemt Brondeel zijn voormalige job bij de RTT op. Ook gaat hij aan het schrijven: vaak ’s avonds of ’s nachts, na zijn werkuren op kantoor. Dat hij pas met schrijven begint toen hij de veertig al had bereikt, heeft te maken met het feit dat zijn job in Congo hem helemaal geen tijd liet om zich aan het schrijven van verhalen of novellen te wijden.

Standaard der Letteren noemt Dagboek van een nacht het beste debuut sedert een jaar of twee

Het lijkt er ook op dat de zeven jaar die hij in Congo de nodige ervaringen had opgedaan om te kunnen schrijven wat voor hemzelf waardevol bleek te zijn. Het neerschrijven van zijn bedroevende ervaringen in Congo, blijkt trouwens ook een aanleiding te zijn om in een moeite door over zijn traumatische jeugd te schrijven. Brondeel heeft er overigens nooit een geheim van gemaakt dat hij met schrijven begonnen was in de hoop er enig financieel voordeel uit te halen.

Enkele korte verhalen of fragmenten van wat later tot romans zouden uitgewerkt worden, werden in tijdschriften als Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Vlaams Tijdschrift en Nieuwe Stemmen opgenomen. In 1967 verschijnt zijn debuutroman Dagboek van een nacht; met het ongepubliceerde manuscript won hij de romanprijs van de provincie West-Vlaanderen. In Dagboek van een nacht rekent Brondeel af met de jaren die hij in Congo verbleef, en met zijn kindertijd onder de heerschappij van zijn tirannieke vader. Het boek wordt haast unaniem lovend onthaald.

In Standaard der Letteren werd de roman als ‘het beste debuut sedert een jaar of twee’ omschreven 1, in Boekengids maakt Paul Hardy gewag van een ‘uitzonderlijk debuut’. 2 Maar met de publicatie van De handen zou de belofte niet helemaal worden ingelost: in Prisma noemt G. Yedema Brondeels tweede roman ‘een middelmatig boek waarvoor weinig interesse zal bestaan,’ 3 en ook Brondeels derde publicatie, Het andere leven, werd niet meteen positief ontvangen: Paul Hardy is niet meteen ingenomen met de scheldlitanieen die Brondeel in zijn roman aanwendt om zijn onvrede over het wereldgebeuren in kaart te ventileren. 4 In Dietsche Warande en Belfort schrijft L. Adriaens dat Brondeel zich ‘[voortdurend] bezondigt aan retoriek in de slechte zin van het woord’ en het boek lijdt onder ‘een gebrek aan beheersing op alle niveaus’. 5

Nieuwe romans volgen elkaar in sneltempo op

Pas wanneer Ik, blanke kaffer in 1970 verschijnt, lijkt Brondeel zijn slag thuis te halen. Het boek is een overdonderend succes en wordt overal geprezen: volgens Marcel Janssens overtrof Ik, blanke kaffer Brondeels debuutroman 6 en Hugo Bousset plaatst Brondeel boven enkele van zijn minder getalenteerde collega’s: ‘De kracht waarmee deze fluim wordt uitgestoten en de eerlijkheid die het boek verzengt, steken schril af tegen de feuilletons van de meeste van Brondeels lotgenoten.’ 7

Vanaf de publicatie van Ik, blanke kaffer wordt het werk van Brondeel wisselvallig, maar toch eerder welwillend onthaald. Nieuwe romans volgen elkaar in sneltempo op, zijn werk wordt in de meest toonaangevende tijdschriften besproken. Zijn romans worden veelvuldig bekroond, en in 1989 wijd Joris Van Hulle een VWS-cahier aan Brondeel, waarin ondermeer een inleidend essay over de auteur, een bloemlezing van zijn werk, enkele illustraties, en een uitgebreide bibliografie worden opgenomen. Bovendien verschijnt er in 1993 nog een monografie van de hand van Julien Vermeulen. Maar in ’93 is het al een poosje opvallend stil rondom de schrijver.

Volgende week in aflevering 3: Het zwijgen van Paul Brondeel. Herlees hier aflevering 1: Brondeels moeilijke jeugd
  1.  B. Kemp, Standaard der Letteren, 30.12.1967
  2. Paul Hardy, Boekengids, jaargang 45 (1967), nr. 9
  3. G. Yedema, Prisma, 7.5.1968.
  4. Paul Hardy, Boekengids, jaargang 46 (1968), nr. 9
  5. L. Adriaens, Dietsche Warande en Belfort, jaargang 115 (1970), nr. 3
  6. Marcel Janssens, Dietsche Warande en Belfort, jaargang 116 (1971), nr. 6
  7. Hugo Bousset, De Spectator, 9-10.11.1971