Vergeten schrijver: Paul Brondeel (3/3)


essay door in

Wout Vlaeminck heeft een boontje voor vergeten schrijvers, zoals de in 2009 overleden Paul Brondeel. In dit driedelig essay komen we alles te weten over deze ‘lispelende schrijver’. In deze laatste aflevering vertelt Vlaeminck over de steeds stiller wordende schrijver, die uiteindelijk nog slechts in zijn gedichten spreekt.

Eind jaren 1980, begin jaren 1990, trad een nieuwe generatie jonge auteurs op de voorgrond: vooral Herman Brusselmans en Tom Lanoye maakten in Vlaanderen veel furore. Brondeel trekt zijn schrijverschap in twijfel: hij stelt zich vragen over zijn ideeën en verouderd woordgebruik. Hij is bang dat de hem eens zo goed gestemde critici zich tegen hem zullen keren.

Wellicht onterecht, want zijn werk werd steeds welwillend onthaald. Het werk van Brondeel werd veelvuldig bekroond; van de roman Ik, blanke kaffer werden 30.000 exemplaren verkocht. Julien Vermeulen noemde Brondeel de ‘vormvernieuwer van de Afrika-roman.’1, Zijn werk werd vaak in een adem met het werk van auteurs als Jef Geeraerts, Raf van de Linde en Mireille Cottenjé genoemd. Deze auteurs publiceerden in de jaren 1960 één of meerdere Congo-romans.

Tegen het einde van zijn leven liet Brondeel het literaire leventje volledig links liggen

Maar ongetwijfeld speelden gezondheidsproblemen ook een grote rol in Brondeels beslissing niet meer te schrijven. Wegens een rugwerveldegeneratie was hij in 1985 op vervroegd pensioen gegaan, en hoewel complete rust wel voor enige verlichting had gezorgd, liet Brondeels wankele gezondheid het niet toe terug aan het schrijven te gaan. In 1992 was Brondeel 65 jaar geworden, en voelde hij de drang tot schrijven ook niet meer zo sterk als vroeger. Daarbovenop kwamen ook nog eens familiale beslommeringen: Brondeel zou de innerlijke onrust en het gevoel van vervreemding die hij in zijn jeugd gewaar geworden was, nooit meer kwijtraken. Die onrust resulteerde in steeds maar weer verhuizen, en nooit zou hij zich voor lange tijd ergens kunnen vestigen: Aalst, Gentbrugge, Congo, Burundi, Brugge, Gent,- vaak naar verscheidene woningen verhuizend binnen dezelfde stad.

Brondeel werd eenzelvig, naar het eind van zijn leven toe onderhield hij eigenlijk nog maar weinig contacten. Ook het literaire leventje had hij eigenlijk volledig links laten liggen. Brondeel was geen publiek figuur; hij stond niet graag journalisten te woord en ging er zelden mee akkoord interviews van zich te laten afnemen. Wellicht uitgeraasd zou het schreeuwen fluisteren worden. En daarna slechts een onverschillig schouderophalen: het werd doodstil rondom Paul Brondeel. Na de roman Manslag uit 1988 zou het nog zes jaar duren voor Brondeel nog wat van zich zou laten horen.

‘Kunnen schrijven moet heerlijk zijn, of afschuwelijk’ vertelt Brondeel in 1992 aan Het Volk, ‘Ik zie het zo: het schrijven zelf is afschuwelijk, geschreven hebben is heerlijk’. In datzelfde interview gaf Brondeel aan uitgeschreven te zijn, wat hem betreft was zijn oeuvre zo goed als afgerond. Toch was hij van plan ‘nog één roman te schrijven die helemaal anders zal zijn dan het vorige.’ 2 In schriftjes en dagboeken hield hij wel nog aantekeningen en losse notities bij, maar die grote roman is er nooit gekomen. Wel verscheen eind jaren 1990 nog de verhalenbundel De brief van Francesca, gevolgd door de novelle Gipsy, en in 2004 verscheen uiteindelijk nog de haast onopgemerkt gebleven dichtbundel De berg van de dag.

Toen Brondeel de moed vond om opnieuw te publiceren, was het literair klimaat definitief veranderd

Toen Brondeel uiteindelijk de moed hervond weer te publiceren, was het literair klimaat definitief veranderd. De belangstelling voor de zogenaamde Congo-literatuur was bij het grote lezerspubliek helemaal verdwenen: Jef Geeraerts, op wiens roman Ik ben maar een neger, Dagboek van een nacht een antwoord was, besloot zijn pijlen op een ander lezerspubliek te richten; vanaf de vroegere jaren 1980 schreef hij voornamelijk thrillers en misdaadromans. Aan het werk van Raf van de Linde en Mireille Cottenjé werd nauwelijks nog aandacht geschonken: Van de Linde zou in 1993 zijn laatste roman publiceren, en hoewel Dagboek van Carla en Lava, waarin zij haar ervaringen in Congo zou vastleggen, bij publicatie enthousiast werden onthaald, zou nieuw werk van Cottenjé steeds minder frequent door critici worden opgemerkt of besproken.

Nieuw werk van Brondeel werd door verscheidene uitgeverijen consequent geweigerd. In zijn hier eerder genoemde brief vertelde hij hen dat hij zich helemaal niet verbitterd voelde over het gebrek aan belangstelling voor zijn werk:

Dat ik als prozaschrijver nergens meer aan de bak kom, werkt natuurlijk op mijn gemoed, maar ik vind compensatie in de poëzie en teer een beetje op mijn vroegere roem, hoewel dit laatste zeer relatief is. (…) Al de problemen van de zwijgende schrijvers die u in uw brief citeert, zijn ook een stukje de mijne, maar ik ben niet verbitterd. Ook niet woedend, zelfs niet op ‘Cultuur’.

Maar toch moet het ergens blijven knagen zijn: in zijn gedichten komen de thema’s zwijgen en stilte veelvuldig aan bod. Uit het gedicht Met zijn verbeelding praten: ‘Ik praat met niemand meer, / ik praat met mijn verbeelding, / zoals ik met een dier zou praten, / dat zwijgt en mij verstaat‘ en uit het titelgedicht: ‘De ochtend is een holte / waarin de stilte ligt’. / (….) / We kijken strak voor ons uit om te ontsnappen / aan het vermoeden van een ontroering.’

De stilte stak uiteindelijk heel ongenadig, en ditmaal definitief, de kop op toen Brondeels echtgenote Christiane in februari 2007 overleed. Brondeel en de kinderen hadden de zorg voor hun echtgenote en moeder op zich genomen, en de ziekte die het lichaam van Christiane langzaam maar zeker had gesloopt, had van iedereen zijn tol geëist. De vrouw die voor Brondeel zowel muze als persoonlijke toeverlaat was geweest, trok met de eigen laatste deur, ook de deur van Brondeels literaire carrière achter zich dicht.

Christiane  had zich al die jaren trouw aan het huishouden en de kinderen gewijd, om Paul de ruimte en tijd te laten zich op het schrijven te storten. Haar warme, zachtmoedige persoonlijkheid hadden een positieve invloed op het zwaarmoedige, gesloten karakter van haar echtgenoot. Nauwelijks twee jaar na de dood van Christiane, zou ook Paul overlijden. Hij  werd 82 jaar oud en liet een oeuvre van tien romans, een novelle, een verhalenbundel en een enkele dichtbundel na. De lijst publicaties kan nog aangevuld worden met een handvol verhalen en novellen die in tal van tijdschriften zijn verschenen.

En toch blijken de naam en het werk van Paul Brondeel bijna volledig uitgewist te zijn. Bij zijn overlijden in 2009 werd er geen enkele berichtgeving aan zijn dood gewijd. Hoe het jarenlange schreeuwen even later eenvoudigweg vergeten werd.

Schreeuwen is van repliek dienen, zwijgen is vergeten worden en ten onder gaan

Toch blijft Paul Brondeel een schrijver die heel wat te zeggen heeft. Ook na de bijna vijf decennia sinds het verschijnen van zijn debuut. Nu wij bijna dagelijks worden geconfronteerd met oorlogsbeelden en conflictsituaties, blijken schrijvers die ons met de neus op de feiten drukken en de vloedgolf aan informatie voor hun lezers verteerbaar maken, onmisbaar.

Het werk van Brondeel is doordrongen van verbittering tegenover de hypocrisie van de wereldpolitiek, en vormt een aanklacht tegen een maatschappij die haar volk onmondig en machteloos houdt. De innerlijke verscheurdheid van zijn personages en hun weerloosheid tegenover de hen omringende wereld blijken nog steeds bijzonder actueel  te zijn. Schreeuwen is van repliek dienen, zwijgen is vergeten worden en uiteindelijk ook ten onder gaan.

Blind

 

De euforie is voorbij.

Hij had zijn hoop op beterschap steeds verplaatst

naar verdere bestemmingen die onbestaande bleken.

Nu is het licht voorgoed gedoofd.

 

Zijn handen tasten dag en nacht in eenzelfde kleur,

zijn voeten zoeken telkens nieuwe blokken voor

valse starten. Hij zal een schuifelend experiment

worden, een onwillige onbeholpenheid.

 

Hij zal hachelijke omstandigheden ontmoeten,

hij zal zich meer aan stilte verwonden

dan aan stemmen, soms een hartelijke handdruk

die in hem losbreekt.

 

Hij zal een taal spreken met een accent

van ruimte, hij zal zich holler horen klinken,

zijn kamer zal een ganzenbord van valkuilen worden,

zijn huis een duister heelal.

 

Hij zal de aarzeling begrijpen die je aangrijpt,

als hij je onbehouwen tegemoettreedt,

hij zal je bedremmelde ogen vermoeden,

je angst ruiken voor zijn raadselachtigheid.

 

Hij zal je heviger aanbidden dan vroeger,

plechtiger je eigendom betreden, hij zal je

verkwikkende lente zijn, je terughoudende herfst,

je loodzware winter van verlangen, hij zal je blinde zomer zijn

 

Later zal hij uit je leven verdwijnen,

uit het tastende, snuivende, snuffelende bestaan

van irritatie en verwarring, maar met de schitterende

herinnering aan je handen, waarvan hij nooit genas.

Met hartelijke dank aan Maarten Goethals, die mij de naam Paul Brondeel heeft aangereikt, en met dank aan Katrien Brondeel, die mij vol vertrouwen twee knipselmappen te leen heeft aangeboden, waaruit ik dankbaar informatie heb kunnen putten.

 

Herlees aflevering 1: Brondeels moeilijke jeugd
Herlees aflevering 2: De Congo-romans van Brondeel
  1. Julien Vermeulen, Vlaanderen, nr. 225, 1989
  2. I.D. (L. Catry), Monografie op til over Paul Brondeel, Het Volk, 30.12.1992