De hofnarren-filosofen die we verdienen

Filosofie van geweld ()
recensie door in

Geweld is een filosofisch knooppunt: een mes dat de geschiedenis van ons denken doorklieft, gapende wonden sneed, die nooit zijn gestopt met bloeden. Van Heraklitos tot Hobbes, Machiavelli tot Marx, Sorel tot Tolstoj, Freud tot Foucault: ideeën die nog steeds naar adem doen happen. Hier lijnrecht tegenover, aan de andere kant van het denken en de tijdloosheid: Filosofie van geweld, een gênant excuus voor wat filosofie zou moeten zijn.

Ondanks zijn rijke thematiek slaagt Filosofie van geweld er nauwelijks in ook maar één aangrijpende gedachte onder woorden te brengen. Dit is een indrukwekkende prestatie, probeer het zelf maar eens. Je zal hard je best moeten doen. Je zal elke filosofische spanning, elke knetter in je kop de rug moeten toekeren, ver achter je laten. Om uiteindelijk daar te arriveren, waar filosofie het verst van huis is: de stille ijsvlakte van de banaliteit. Hier geen filosofie meer, die zelf gewelddadig is. Hier de negen “puntige essays” van evenveel puntige auteurs, die Lode Lauwaert voor uitgeverij Polis tot Filosofie van geweld bundelde.

In plaats van op je kop te hameren of je voeten van de grond te vegen, je op te slorpen of tenminste tot vuile tegenstoten te verplichten, achten deze negen teksten het bovenal belangrijk alle mensen van goede wil ervan te verzekeren dat ze zich vooral geen zorgen moeten maken. Want nu de Grote Verhalen, dieu merci, dood en begraven zijn, is de wereld steeds minder gewelddadig – en kan ook de Nederlandstalige filosofie zich in alle rust buigen over illustere zaken zoals daar zijn “redelijke drijfveren en overwegingen” en “morele intuïties”. Met als resultaat: banaal burgergeblaat. In Filosofie van geweld geen filosofie, maar intellectualistische legitimatie voor de gespeeld diepzinnige zever die in de kolommen van weekendbijlagen te drogen hangt. Nergens een idee waaraan wordt vastgehouden, nooit een idee dat leeft.

  • Nergens een idee waaraan wordt vastgehouden, nooit een idee dat leeft

“Psychologisch onderzoek wijst uit dat . . .”, “Wie zich op betrouwbare geweldstatistieken baseert, stelt vast dat . . .”, “De menselijke psychologie toont . . .”, “Tegenwoordig verschijnen veel empirische studies die . . .”, “Wie de laatste jaren de krant leest . . .”

Terwijl Homeros en Franse denkers in het Engels worden geciteerd, slagen de verzamelde auteurs er zelfs in Marx, Lacan en Foucault tot povere parodieën van zichzelf te banaliseren. Volgens Antoon Vandevelde had “Marx […] ook een ethische kritiek op het kapitalisme kunnen ontwikkelen,” waaraan hoger genoemde mensen, die van goede wil, dan misschien wél iets hadden gehad. Wanneer Ruud Welten, in één van de betere stukken, wat leven in een doorsnee inleiding tot Jean-Paul “il faut tuer” Sartre wil blazen, kijkt hij niet naar diens relatie met bijvoorbeeld Franz Fanon (in wiens schaduw Sartre – lest we forget schreef “[qu’]abattre un Européen c’est faire d’une pierre deux coups, supprimer en même temps un oppresseur et un opprimé”), maar wel naar zijn veel minder verhelderende verhouding tot Levinas, die zowat de saaiste Fransman van de twintigste eeuw zal zijn geweest. (In een Filosofie van geweld!)

Waarmee het geweld inherent aan dit boek zelf komt bloot te liggen: vóóral wanneer de essays van de beste bedoelingen spreken (Ignaas Devisch, Wim Weymans, Jens De Vleminck), zijn ze ontiegelijk saai. Omdat ze ons voor mongolen houden? Absoluut niemand tegen de borst willen stoten? Ik weet het niet – alleen dat ze hun wapens braaf en blijkbaar gewillig voor de voeten van de caesars der burgerlijke consensus neersmijten.

Graag zouden we hier minder streng over oordelen, echt waar. Door te zeggen dat de minder filosofische teksten minder slecht zijn (Nicolas de Warren). Of dat er met een beetje braafheid waarschijnlijk niet al te veel mis is –, ik bedoel: dat filosofie naast bloed en zweet en tranen misschien ook wel enkele meters op kamillethee kan lopen. Maar deze eervolle uitweg is, helaas, afgesloten. Want één zelfverklaard dapper denken blijkt wél mogelijk. Allernoodzakelijkst, zelfs. Dit is het ‘denken’ dat als fetisjobject de, uiteraard, islam heeft. Paul Cliteurs ronduit ranzige kruisvaardersbijdrage, over de “morele chantage” van islamapologeten (die “in Europese instellingen infiltreren[, onze] jongeren verleiden” en de “zwijgende massa van politici” tot een schandelijke “capitulatie” dwingen), spant de kroon, als dat toevallig ook is, hoe jij je kringspier noemt. De teksten die hierop volgen zijn weliswaar beter – op pagina 203 lezen we voor het eerst iets wat voor filosofisch inzicht kan doorgaan –, maar ondertussen is het kalf allang verdronken. Naast de beklagenswaardige lezer vooral jammer voor Marc De Kessel, auteur van de laatste en veruit beste tekst.

De uil van Marina

Wat in Filosofie van geweld nog het meest over geweld te denken geeft, is het boek zelf, ik bedoel: het geweld dat dit boek de filosofie aandoet. Het geweld waarmee zijn simulacrumscherpzinnigheid-uit-blik je onder plastieken wijsheden van de lopende band te bedelven poogt, het geweld waarmee het elk prometheaans rekenschap ten aanzien van de ideeën tot zijn eigen, strikt marktconforme status probeert te verlagen. De inflatie van kritisch denken in het algemeen, in het Nederlands taalgebied in het bijzonder.

Dit boek is natuurlijk geen alleenstaand geval en dit soort geweld beperkt zich natuurlijk niet tot het Nederlands taalgebied. Maar terwijl de situatie bij ons steeds driestere vormen aanneemt, wordt het verzet elders opgevoerd. In Frankrijk aangestookt door uitgevers als La fabrique, Delga en Le temps des cerises. In Duitsland waait er met jonge minidrukkerijen, genre Laika en PapyRossa, een frisse wind door een filosofiewereld die jarenlang, maar lang niet altijd onrechtvaardig, door Suhrkamp werd geregeerd. In Engeland staat Verso al lang, steeds succesvoller op de bres tegen het ‘Angelsaksische’ afvlakken van het denken. Vergelijk, binnen België, het filo-aanbod van EPO met dat van Franstalig zusterhuis Aden, en je begrijpt wat ik bedoel.

Waarom is Nederlandstalige filosofie toch zo banaal? Zijn wij werkelijk te dom om te denken? Zo blind, dat de eerste de beste eenoog royaal volstaat? Is het enkel omdat we zo klein zijn? Of is de publieke Vlaams-Nederlandse filosofiecultuur dan toch gewoon achterlijk? Dat de Hollander sinds mensenheugenis andere zaken aan zijn hoofd heeft, is welbekend. Wat Vlaanderen betreft, vrees ik dat het best zou kunnen, dat de donkerbruine stank die jarenlang uit de gaten van Etienne Vermeersch mocht walmen de geesten van de Hubert Dethiers voor eeuwig heeft verstikt. En dat het desgevolge zinloos is, nog te wensdromen dat de Boudry’s en Braeckmans ooit nog door de Bruno Bosteels op hun rechtmatige plaats zullen worden gezet. Het zal hoe dan ook tekenend zijn dat die laatste onze lage landen niet snel genoeg kon verlaten.

  • Alsjeblieft, neem hier geen genoegen mee

In dit licht bundelt Filosofie van geweld niet de filosofen die we nodig hebben, maar waarschijnlijk wel de filosofen die we verdienen. Die ons, een paar vergeefse uitzonderingen ten spijt, slechts voorschotelen waarnaar we lijken te verlangen. Of waarmee we alleszins genoegen nemen. Het is te zeggen: geestloze massaproducties, ter snelle en vooral zo onproblematisch mogelijke consumptie, overgoten met een moraliserende saus, die op haar beurt bestaat uit niets dan maïssirroop en E-nummers.

Maar, alsjeblieft, neem hier geen genoegen mee. Doe het niet. Want slechte filosofie is als slechte seks: enkel goed ter pathologische voeding van de wansmaak voor wat in principe zinvol en intens zou kunnen zijn. En net als bij seks hou je in dat geval beter tenminste de droom levend. (In Gods goede naam! Hou de droom levend! Mijd deze hofnarren! Lees anderstalig!)

Of, in de woorden van de crimineel banale Maarten Boudry, die het openingsessay van Filosofie van geweld levert: “Enkel ideologie kan gruwel van dergelijke proporties verklaren.”

Filosofie van geweld
Jaar van uitgave: 2017 Categorie:
Uitgever: Polis Bladzijden: 277 filosofie-van-geweld