De laatste boer moet het licht uitdoen

Dit is mijn hof ()
recensie door in

Met ‘Dit is mijn hof’ verwerkt onderzoeksjournalist Chris De Stoop een moeilijk thema in een persoonlijk moederboek dat in stijl niet moet onderdoen voor een goede roman.

In Dit is mijn hof, dat een jaar geleden verscheen, vertelt auteur en Knack-journalist Chris De Stoop (1958) over de ontpoldering van de streek ten noorden van de Antwerpse haven. De haven breidt steeds meer uit. Landbouwgrond moet ter compensatie wijken voor natuurgebied beheerd door Natuurpunt, waardoor boeren verplicht andere oorden moeten opzoeken. Ze zijn niet goed vertegenwoordigd en delven keer op keer het onderspit. Op den duur blijven slechts enkele grote landbouwbedrijven over in de polder.

De Stoop gaat te werk als participerend observator, of misschien is observerend participator nog een betere term. Zijn ouders waren boeren, zijn broer zaliger heeft de boerderij voortgezet. De Stoop ontvluchtte het huis, maar hij is altijd teruggekeerd om een handje toe te steken wanneer het nodig was. Hij kent de mensen uit de streek en de mensen kennen hem.

Dit is mijn hof wordt zo geen traditioneel journalistiek boek dat alle contouren van het soms ingewikkelde probleem tracht te schetsen. Hoewel De Stoop ook spreekt met mensen van Natuurpunt en natuurbeheer en hij zelfs gaat jagen met Fernand Huts, trekt de boerenzoon openlijk de kaart van de boeren. Toch leest Dit is mijn hof niet als een pamflet voor het behoud van het boerenleven. Het biedt vooral verdomd veel inzicht in hoe het moet zijn om als boer te leven in de polder.

Naast het atypische journalistieke luik zit er ook een persoonlijk verhaal in Dit is mijn hof. De Stoop keert terug naar zijn heimat. In de woonkamer van zijn oude huis gaat hij voor het raam aan een schrijftafel zitten.

Hier zit ik dan, zonder afspraken, zonder verplichtingen. Ik haal de gordijnen weg, waarna het licht me overspoelt, me overrompelt. Vanachter mijn lessenaar, met ramen aan alle kanten, heb ik een breed zicht over het erf, de bloementuin, de straat, de verte, die er aan de voorkant van de boerderij voorlopig nog is. Ik zie een kilometer verder het gehucht Turkeye, een pluk huizen en hoeves in eerlijke baksteen rond een dichtgegooide kreek, met een rij populieren eromheen, achter de Zaligemdijk. Tussen de boomtoppen zie ik, nog twintig kilometer verder, de koortsige fakkel van de Totalraffinaderij, die nog altijd hoog in de ranglijst van meest vervuilende fabrieken van Europa staat.

Op die manier kan De Stoop zich pas echt inleven in het boerenleven. Hij ontvangt de vertegenwoordiger van Electrabel die een weg wil trekken over zijn boerderij, maakt kennis met de nieuwe buren (nouveaux-riches die over de rooilijn willen bouwen), spreekt met iemand die met een wichelroede op zoek is naar archeologische vondsten, maakt praatjes met de andere buren – een oud boerenpaar dat op vertrekken staat – en hij verbouwt vlas.

In sterke dialogen krijgen zijn heldhaftige broer en moeder, die sterk geleden hebben onder de ontpoldering, gestalte. De scènes waarin De Stoop zijn moeder, die al een poosje in een rusthuis zit en daar maar moeilijk aardt, in de rolstoel door de polder wandelt, zijn van een erg grote schoonheid.

“Weet ge nog hoe ze tijdens de hormonenrazzia in de wei achter de koeien liepen,’ zegt ma met trillende neusvleugels. ‘Dat was zo erg, zo erg voor ons.’

Ik moet me telkens naar haar toe buigen, zo zwak is haar stem. ‘Goeie maïs, hè?’ verander ik van onderwerp.

‘Ge weet dat de rapers pas op het veld mogen komen wanneer de boer de oogst heeft binnengehaald.’

‘Dat weet ik, ma.’

‘Wie had dat gedacht, dat ge nog boer zou worden,’ zegt ze hoofdschuddend.

‘Ik ben de laatste boer,’ zeg ik. ‘Ik moet het licht uitdoen.’

En dan hebben we het nog niet gehad over de tederheid die vervat zit in de scène waarin De Stoop zijn moeder helpt bij een toiletbezoek – we mogen niet alles op voorhand weggeven, natuurlijk.

Knack-journalist Dirk Draulans deed Dit is mijn hof onlangs af als fictie. Ook al bedoelde Draulans daarmee dat De Stoop schrijft over de valse nostalgie van het boerenleven en over boomgaarden en korenvelden die niet meer bestaan, toch moet De Stoop met Dit is mijn hof niet onderdoen voor de moederboeken van Lanoye, Van Dis en tutti quanti.

Zou dat ook niet een beetje de bedoeling geweest zijn? In de literatuurlijst duikt naast vele non-fictiewerken ook het moederboek der moederboeken op: Sprakeloos van De Stoops streek- en leeftijdsgenoot Tom Lanoye. Dit is mijn hof mag er gerust naast staan in de boekenkast.

Dit is mijn hof
Jaar van uitgave: 2015 Categorie:
Uitgever: De Bezige Bij Bladzijden: 288 Dit is mijn hof Recensie Chris De Stoop.