De moeilijke weg naar Europa

Nooit meer thuis ()
recensie door in

Hoe schrijf je als westerse schrijver over de realiteit van niet-westerse migranten, zonder deze te reduceren tot kille cijfers en platte leuzen? Deze vragen roept journaliste Annelies D’Hulster op met Nooit meer thuis, een verslag van haar reis van West-Afrika naar Europa.

In 2015 meer dan 100.000 bootvluchtelingen in Europa aangekomen
Meer dan 300.000 bootvluchtelingen, 2500 doden

Dit jaar al 1700 vluchtelingen verdronken

Het zijn zomaar wat krantenkoppen van de afgelopen maanden, krantenkoppen waarin het vluchtelingendrama waarin Afrika en Europa verwikkeld zijn wordt teruggebracht tot kille, objectieve cijfers. Feiten. We kennen deze feiten, al zouden we ze desgevraagd niet precies kunnen opdreunen. We kennen ook de beelden: van de esthetische helikoptershots van kleurrijke, overvolle bootjes in een strakblauwe zee, tot de hartverscheurende foto’s van dode lichamen, aangespoeld op het strand van Lampedusa. En we kennen het publieke debat, van ‘alle migranten zijn gelukszoekers’ tot ‘asielzoekers zijn zielig’, en van ‘alle grenzen dicht’, tot ‘iedereen is welkom’. Waar we veel minder over weten, is het verhaal van de mensen die ervoor kiezen om de gevaarlijke overtocht te maken van Afrika naar Europa.

De schrijfster zit de migranten dicht op de huid, in de meest letterlijke zin

Journaliste Annelies D’Hulster wil met Nooit meer thuis juist die realiteit dichtbij brengen. Maandenlang reisde ze in het spoor van West-Afrikaanse migranten op weg naar Europa. Ze startte in Gambia, doorkruiste Senegal en Mauritanië, trok door de verstikkende droogte van Mali naar Burkina Faso, tot aan de woestijn van Agadez in Niger. De schrijfster zit de migranten dicht op de huid, in de meest letterlijke zin: in overvolle, plakkerige bussen, in bush taxi’s, op busstations en achterop de motor. Zo leert ze de persoonlijke verhalen kennen van migranten, maar ook van andere sleutelfiguren, zoals smokkelaars, thuisblijvers en kritische journalisten.

Naast de vluchtverhalen van haar reisgezellen, beschrijft D’Hulster namelijk ook haar eigen ervaringen uitvoerig. Teder schrijft ze over haar vriendschappen met mensen die ze ontmoet, en ook over haar initiële onbevangenheid en naïviteit. Over hitte, ziekte, en de ongemakken van het reizen als vrouw alleen. Over de liefde die ze voelt voor een Gambiaanse man, en het gemis als ze hem moet achterlaten. Want daar vertelt ze vooral over: haar vlucht uit Gambia, waar ze moet vertrekken omdat het regime ook haar en haar onderzoek in het vizier krijgt.

De keuze om die persoonlijke ervaringen te belichten is begrijpelijk, maar ze doen het boek weinig goed. Natuurlijk, de alledaagse realiteit van de West-Afrikaanse migranten is ver verwijderd van die van de meeste lezers in België en Nederland, en het is precies die afstand die het voor de meesten makkelijk maakt om zich van hun problematiek te distantiëren. Door haar aanwezigheid het verhaal in te schrijven, wil de schrijfster een brug bouwen tussen het leven van de migranten en dat van de lezers. Het is of ze wil zeggen: “Kijk, zo anders dan jij of ik zijn ze niet. Jou zou dit ook kunnen overkomen, mij kan dit ook overkomen, sterker nog: het ís me overkomen. En zou jij in zo’n situatie niet exact hetzelfde doen, namelijk vluchten?” Toch heeft dit juist een averechts effect, vooral omdat de persoonlijke stukken de verhalen van migranten steeds meer beginnen te overschaduwen. 

Zou jij in zo’n situatie niet exact hetzelfde doen, namelijk vluchten?

D’Hulsters participerende aanpak biedt interessante inkijkjes in de uiteenlopende belevingswerelden, omstandigheden en motieven van de personages. Treffend beschrijft ze de conflicterende gevoelens van de migranten en hun families: de druk op oudere zonen om geld voor de familie binnen te halen, de onrealistische verwachtingen van het leven in Europa, en de pijn van moeders en echtgenotes die vrezen hun mannen nooit meer terug te zien. Maar dit soort beschrijvingen worden steeds schaarser naarmate het verhaal vordert, en de gevoelens, gedachten en uiterst persoonlijke ervaringen van de schrijfster treden steeds meer op de voorgrond.

Heftige woorden gebruikt ze voor haar eigen ervaringen. Over haar vertrek uit Gambia schrijft ze: “Ik heb gebloed toen ik het land verliet. Ik heb gehuild en geschreeuwd en gejankt, diep in mijn hoofd..” Verderop in het boek schrijft ze dat ze in een ‘nachtmerrie’ leeft, en noemt ze zichzelf een ‘schrijfster in ballingschap,’ alsof ze in dezelfde situatie zit als de dissidente journalisten die hun eigen land zijn ontvlucht en hun familie wellicht nooit meer zullen zien.

We zijn onderweg voor vrijheid en veiligheid,” schrijft ze. “We maken onszelf wijs dat er een uitweg is, en weten tegelijkertijd enorm goed dat we tegen die muur zullen lopen. Vroeger of later. En dat het zal bloeden (eigen cursivering).”

Ongetwijfeld heeft D’Hulster daadwerkelijk heftige en levensbedreigende situaties meegemaakt, en ongetwijfeld hebben deze haar nog lang achtervolgd. Maar doordat ze deze zo’n grote rol in het verhaal geeft, vertroebelt haar verhaal. Probeert ze met dit boek iets te zeggen over de levens van West-Afrikaanse migranten op weg naar Europa, of gaat het toch vooral over de ervaringen van de schrijfster die in hun voetsporen reist? Ik vrees dat ze gaandeweg is gaan geloven dat het dezelfde reis is.

Hoe beschrijf je als schrijver de complexe realiteit van ‘de ander’?

Hoe dichtbij kun je ooit echt komen? Hoe beschrijf je als schrijver de complexe realiteit van ‘de ander’? Hoe schrijf je als westerse schrijver over de realiteit van niet-westerse migranten, zonder deze te reduceren tot kille cijfers en platitudes, maar ook zonder teveel op hun verhalen te projecteren? Deze vragen roept Nooit meer thuis —waarschijnlijk onbewust — op, maar een bevredigend antwoord blijft uit. Het is meer dan moedig dat een jonge westerse vrouw deze gevaarlijke tocht heeft besloten te maken, en het is meer dan belangwekkend dat ze de verhalen van migranten heeft proberen te vangen. Maar des te teleurstellender is het dat D’Hulster er niet in slaagt een overtuigend verhaal te schrijven waarin die ervaringen tot hun recht komen. De persoonlijke invalshoek, die de ervaringen van de migranten dichterbij zou moeten brengen, schept uiteindelijk juist afstand.

Nooit meer thuis
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Uitgeverij Polis Bladzijden: 320