De schaduwzijde van la dolce vita

Pellegrina ()
recensie door in

In ‘Pellegrina’ bezoekt de Nederlandse Lidewey van Noord 27 plekken die een meer of minder prominente plaats innemen in de Italiaanse wielergeschiedenis. De meerwaarde van dit boek bestaat niet in de evocatie van dat wielerverleden, maar in wat Van Noord daaraan toevoegt.

Pellegrina is bedoeld om op de salontafel te laten slingeren. Dat komt door een elegante kaft, creatief zetwerk en adembenemende foto’s van Italiaanse dorpjes, wijngaarden en haarspeldbochten, die weemoed ademen. Het boek is zelfs ingebonden met een roze draadje: een knipoog naar de kleur van de leiderstrui in de Giro d’Italia. Daarvoor zorgde graficus Robert Jan van Noort, wiens naam terecht de kaft van het boek haalde.

De pelgrimstochten van Van Noord (1985), die eerder al verhalen schreef voor de Volkskrant en wielertijdschrift De Muur, leiden naar plekken die gelinkt zijn aan de koers: denk maar aan de geboorteplaats van de eerste winnaar van de Ronde van Italië, brute klimmetjes met een geschiedenis of het bestofte wielermuseum van Alfredo Binda. Maar, schrijft Van Noord, de plekken in kwestie zijn niet het belangrijkste.

(…) een plaats kan niets teweegbrengen. Wat de pelgrim ervaart, wordt ingegeven door zijn gedachten: de reis krijgt waarde door de verbeelding.

Van Noord doorspekt haar pelgrimstocht met verhalen uit de rijke wielergeschiedenis; sommige zijn al vaak verteld. Andere, zoals het verhaal over de vergeten Tour- en Girowinnaar Gastone Nencini, zijn het resultaat van uitstekende journalistieke research. Terloops vertelt Van Noord anekdotes uit de carrière van de besproken wielrenners, wandelt ze door smalle straatjes en interviewt ze oud-renners of hun weduwes.

Van Noord gaat daarbij doelgericht te werk. Ze weet op voorhand waar ze naartoe wil en welke verhalen verteld moeten worden. In de mindere verhalen is dat patroon iets te voorspelbaar en snak je als lezer naar een persoonlijke beschouwing of een nieuw inzicht. Het hoofdstuk over Napels, dat wordt opgehangen aan de vergeten renners Salvatore Commesso en Salvatore Scamardella, is daar een goed voorbeeld van. Van Noord maakt slechts een pitstop in deze “chaotische mierenhoop” die ze desondanks in haar hart sluit.

Er is zo veel te zien en te horen, hier wordt geleefd als nergens anders.

Van Noord stelt zich bescheiden op in Pellegrina en dat is goed, zij het soms iets te bescheiden – op het verlegene af. Na een korte inleiding en twee alinea’s over Commesso en Scamardella, zit het hoofdstuk over Napels er alweer op. Van Noord wekt nochtans de indruk dat er aan de voet van de Vesuvius heel erg veel te beleven valt. Als lezer hoop je dat ze een gesprek zal aangaan met een Napolitaan, ons nog wat meer van de stad laat zien, haar verbeelding de vrije loop laat gaan, maar al even snel als ze je liet wegdromen, houdt de betovering op.

In het volgende hoofdstuk, over het Toscaanse Castiglion Fiorentino, de geboorteplaats van Roberto Benigni en de woonplaats van de knappe wielrenner Daniele Bennati, toont Van Noord hoe het beter kan. Met deze treffende alinea doorprikt ze bijvoorbeeld het Italiaanse schoonheidsideaal.

Misschien brengt het simpelweg druk met zich mee, geboren worden in een land met zo’n rijke kunstgeschiedenis, opgroeien tussen werken van Botticelli, Michelangelo en Da Vinci. (…) Doe maar gewoon, dat Nederlandse bescheidenheidsprincipe, daar kan een Italiaan met zijn hoofd niet bij. Hoe kan het ook voldoende zijn, als je opgroeit in het land van Bernini, Benigni en Bennati? Italianen zijn geboren ambassadeurs van het idee dat het leven mooi en zoet is, en daarmee geboren acteurs.

Hoe meer Van Noord buiten de lijntjes kleurt, hoe sterker Pellegrina wordt

Hoe meer de schrijfster buiten de lijntjes kleurt, hoe sterker Pellegrina wordt. De meerwaarde van dit boek bestaat namelijk niet uit de beschrijving van de wielergeschiedenis – die is wat ze is – maar wel aan wat Van Noord er aan toevoegt. Nog een goed voorbeeld is het verhaal over de Muro di Sormano, een klim uit de Ronde van Lombardije. Daarin staat deze zin – Bert Wagendorp verwijst er terecht naar in het voorwoord.

De Ronde van Lombardije is de meest trefzekere ode aan de herfst die de mensheid ooit heeft voortgebracht – al was ‘To Autumn’ van John Keats ook een fraaie poging.

En dan hebben we het nog niet over de ontroerende uitgeleide gehad, waarin Van Noord de Apennijnenpas bezoekt die de Belgische wielrenner Wouter Weylandt op 9 mei 2011 fataal werd. De plek voert de pellegrina terug naar een toevallig bezoek aan de Basilica di San Clemente in Rome enkele jaren eerder, waar ze zich net als tijdens haar pelgrimstocht op de Passo del Bocco verbeeldde in het verleden te leven.

Ik liet mijn vingers langs de muur van het huis glijden, ik voelde de koelte, het reliëf, en stelde mij voor hoe tweeduizend jaar geleden een meisje van mijn leeftijd haar hand over diezelfde stenen liet glijden. Ik wist niets van haar, maar de gedachte aan haar ontroerde me.

Pellegrina is een trefzekere ode aan de Italiaanse wielercultuur waarin Van Noord ook de minder fraaie kantjes van de Italiaanse maatschappij fileert: het machismo, de hang naar helden, de pijnlijke keerzijde van la dolce vita. Pellegrina biedt gelukkig meer dan uiterlijk vertoon: de inhoud en bovenal de stijl laten het beste hopen voor volgend werk van de beloftevolle Van Noord.

Reactie van de auteur

Beste Ken,

Bedankt voor je mooie woorden. De besprekingen van Pellegrina hebben mij geleerd dat een recensie vaak net zo veel zegt over de recensent als over het boek. En omdat het boek zo dicht bij mij staat, voelt het lezen van een recensie van Pellegrina soms bijna als een persoonlijke ontmoeting met de recensent. Of de woorden nu positief of negatief zijn, het is heel bijzonder om een spiegel voorgehouden te krijgen en daarin niet alleen jezelf, maar ook een ander te zien.

Pellegrina is verrassend vaak een ‘liefdesverklaring’ genoemd, terwijl het nooit mijn bedoeling is geweest om Italië mijn liefde te verklaren, daarvoor is mijn relatie met het land te ambivalent. Het geromantiseerde beeld van Italië dat veel mensen hebben, bezorgt mij jeuk. Zo zie je maar dat een tekst een bestaan leidt buiten de auteur om: wie slechts het geromantiseerde Italië wil terugzien in Pellegrina, vindt dat er ook in terug. Juist om die reden ben ik van mening dat je als auteur niet met recensenten in discussie moet gaan: zodra je tekst in boekvorm is gegoten en wordt gelezen, is hij net zozeer van de lezer als van jou.

Desalniettemin: dat jij expliciet benoemt dat ik de minder fraaie kanten van Italië ook belicht, voelt voor mij alsof we via de spiegel even een blik van verstandhouding hebben uitgewisseld.

Met vriendelijke groet,
Lidewey

Pellegrina
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: De Muur Bladzijden: 208
  • Jan Dodel

    Prachtige uitgave. Natuurlijk genomineerd voor de Nico Scheepsmaker Prijs, Want auteur is journalist en wordt uitgegeven door De Muur en schrijft voor dat blad en de Volkskrant. Prima reclamecampagne. Zo werkt het in het sportjournalistieke clubje. Maar helaas, het zijn clicheverhalen, prachtige foto’ s, dat wel.