Een fiets, een rivier en veel wind

De val ()
recensie door in

“Nergens wordt meer verloren dan in het wielrennen. En niks schrijft lekkerder dan groot verlies.” Zo staat het in de inleiding van Slipstroom, Arthur van den Boogaards standaardwerk over wielerliteratuur. Wie de zoutkorst van een rennerslijf schraapt, stuit vanzelf op de diepte van het leven. De val, debuut van Matthias M.R. Declercq, vertelt het verhaal van het Scheldepeloton: een waargebeurde tragedie van vijf maten die op het jaagpad tussen Gent en Oudenaarde profwielrenner worden.

Het verhaal van de renners in het kort: een eerste wordt betrapt op en na een waanzinnige procedureslag vrijgesproken van dopinggebruik, een tweede valt zijn kop in en moet zonder schedel voort, een derde beneemt zich van het leven, een vierde sterft in koers. Als je het verzint, het zou te veel zijn voor een boek. Declercq verzint echter niets maar schrijft het verhaal minutieus neer, deels in de gezwollen lyriek die de wielerliteratuur kenmerkt.

“Daar, bij Plum in Gent, koopt hij een metgezel, want van een fiets kun je niet verliezen, je bepaalt zelf het tempo, de snelheid, de richting en de duur. De frustratie ebt langzaam weg. Hij klemt de handen om het stuur en rijdt de winkel uit. Nu fietst hij langs de Schelde.”

Er zijn wielerliefhebbers die een hekel hebben aan koersromantiek en aan het pathetische taalgebruik dat rond het wielrennen hangt. Ze krijgen wielerfeiten liefst koud geserveerd. Laten we daarom Tim Krabbé citeren, uit zijn canonieke koersbijbel De renner: “Het is een misverstand dat je het aan de werkelijkheid zou kunnen overlaten zichzelf te vertellen.” Declercq is een goede verteller, die de werkelijkheid net genoeg buigt om ze in een goed verhaal te passen.

De jeugdjaren van de renners lezen als een jongensboek: een moeilijke scheiding, een vader in de gevangenis, de vrijheid van een boerderij op de buiten, een jongen die gaat vissen en zichzelf aan de haak slaat. De jaren van onschuld worden zeer filmisch beschreven, in mooie anekdotes. De stijl is vol en bij momenten zelfs wat blasé. “Het zoemen van de bandjes werkt bezwerend voor een kind. Zo klinkt snelheid dus. Vluchtig en zacht.” Met elke stap die het noodlot zet, wordt de toon echter zuiniger. Hoe meer drama, hoe vaker Declercq het strijkerskwartet doet zwijgen, tot een renner in Italië koudweg te pletter slaat tegen een rots en de lezer wezenloos achterblijft.

‘De val’ is een verzameling sterke verhalen die op elkaar inhaakten omdat het zo moest zijn

Om alle tragiek in kaart te brengen, laat Declercq de renners, hun naasten en nabestaanden aan het woord in dagboeknotities, korte interviews en iets langere monologen. Deze ingrepen werken de ene keer wel, de andere keer niet. De korte, soms verwarde krabbels van Dimitri De Fauw zijn ijzingwekkend, de veelal warrige notities van Iljo Keisse had Declercq beter tot literatuur omgevormd. De journalist neemt bij momenten de bovenhand op de schrijver, de juistheid van details en het natrekken van bronnen gaan primeren. De vertelling wordt gebroken, maar misschien is ook dat een metafoor.

De mooiste passages, en ze zijn gelukkig talrijk, zijn die waarin Declercq je meeneemt op de fiets, met als absolute orgelpunt het stuk waarin hij de lezer leert vallen: “Denk aan niets, stuur niet tegen, val op je hele lijf, steek je handen niet uit, bid en prevel zacht.” Je hoeft niet op een fiets gezeten te hebben om het vallen te voelen, net zoals je geen koersliefhebber moet zijn om De val te lezen en te waarderen.

Het is niet één verhaal dat hier verteld wordt, De val is een verzameling sterke verhalen die op elkaar inhaakten omdat het zo moest zijn – da moe zo zijn, in de tongval van de onvermijdelijke Frank Vandenbroucke. Ze moesten ook verteld worden, de levens van de jongens uit het Scheldepeloton. Omdat je de jongens ziet groeien, ontsporen, wegkwijnen. En omdat geen existentiële filosoof op kan tegen de renner Kurt Hovelijnck, die maanden in de zetel zat met zijn schedelpan in de vriezer en een onwezenlijke gedachte in zijn gedeukte brein. “Ik wilde geen mens worden, ik wilde coureur blijven.”

De val
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Manteau Bladzijden: 296 De Val