Het smerigst denkbare wapenfeit

Kwaadschiks ()
recensie door in

In Kwaadschiks, het kloeke zesde deel van de Tandeloze Tijd-cyclus, voert A.F.Th. van der Heijden de psychopatische reclameman Nico Dorlas op om de begrippen schuld en boete te herijken. De auteur vraagt veel van de lezer – vooral het geduld wordt op de proef gesteld – maar beloont hem met een prachtig taalregister en een veelzijdige plot.

Op de korte proloog en epiloog na, beslaat Kwaadschiks slechts één dag uit het leven van de narcistische en buitenmatig alcoholhoudende psychopaat Dorlas. In dat etmaal slaan de stoppen volledig door. Dorlas gaat moeiteloos over van rijden onder invloed naar doodslag en gijzeling, dit alles in een vlaag van ziekelijke jaloezie. In de tussentijd weigert hij zijn stervende vader een laatste bezoek en gaat hij steeds verder op in de waan van een gedeelde liefdesdood met zijn weggelopen vriendin Desy.

Van der Heijden neemt ons mee tot in de diepste krochten van het gestoorde brein van zijn hoofdpersoon. De donkerte wordt mooi in een metafoor verwerkt wanneer in een flashback de puberende Dorlas zijn vader, schobbejak en huis-aan-huis stofzuigerverkoper Ben Dorlas, probeert achter te laten tijdens een bezoek aan de pikdonkere grotten van Valkenburg in de hoop dat hij nooit meer het daglicht zal aanschouwen.

Dorlas sr. en zoon verblijven op dat moment bij vaders aanhoudster en later tweede vrouw Hetty. Stiefouderschap als een onvolmaakt ouderschap is overigens een centraal thema in het schuldvraagstuk dat de auteur opwerpt. Verschillende personages zijn stiefouder maar  vooral het bijwijlen pathetische stiefouderschap van Nico Dorlas wordt onder de loep genomen. “Stiekem had hij gehoopt dat zijn stiefzoon vroeg of laat zou breken, om vervolgens steun te zoeken bij de pleegvader tegen wil en dank …”

Tot hoe ver kan je traumatische gebeurtenissen oprekken in het verhaal van schuld en boete?

De auteur gaat ver in het beantwoorden van de vraag wat de psychopaat maakt tot de gek die hij is. Tot hoe ver kan je traumatische gebeurtenissen oprekken in het verhaal van schuld en boete? Dat is de kwestie die van der Heijden ons in Kwaadschiks onophoudelijk en vanuit elke denkbare hoek op ons bord brengt. Tot waar mag een door echtscheiding, seksuele vernedering en verlatingsangst gedoemde man gaan voor justitie werkelijk dient in te grijpen? Hoe vaak kan een man zijn vriendin in dronken of jaloerse buien verrot slaan voor hij uit de samenleving wordt verwijderd?

Een kleine duizend pagina’s lang trekt de auteur de kant van het te weinig beschermde slachtoffer, in gevaar gebracht door politionele en juridische onkunde. De onmacht van de Amsterdamse politie om de stomdronken Dorlas op zijn moordtocht weg te houden van een straat waar hij met zijn palmares eigenlijk al niet meer hoorde, wordt gebracht als een grote klucht die uiteindelijk niet meer is dan een volgehouden oefening in Murphy’s law: wat fout kan gaan, zal fout gaan.

Van der Heijden gebruikt ook een zekere juridische spitsvondigheid, een soort argumentatie die in de advocatuur nadrukkelijk aanwezig is, hoe van de pot gerukt ze ook mag zijn. Wanneer Dorlas, dader in slachtoffermodus, zijn dodelijke schot analyseert, komt hij bijna logischerwijze tot de conclusie: “Bij het louter dreigende gebaar van zijn hand met de Zastava erin had het pistool, door af te gaan, bewezen door een fabrieksfout te zeer op scherp te hebben gestaan.”

Zijn dader en slachtoffer deels geen inwisselbare begrippen?

In het laatste bedrijf echter verlaat de auteur de slachtofferpiste en lijkt zich ook het lot van de dader aan te trekken, even vatbaar immers voor juridische dwaling. Zijn dader en slachtoffer deels geen inwisselbare begrippen, afhankelijk van het perspectief? In Kwaadschiks lijkt het in ieder geval die kant op te gaan.

Men zegt dat de geschiedenis wordt geschreven met de pen van de overwinnaar. Maar met welke pen wordt recht geschreven? Van der Heijden speelt met een bijwijlen duivels genoegen alle kaarten uit die voor- en tegenstanders van elke moralistische stroming ooit op tafel hebben gelegd om tot een geijkte norm te komen, om dan langs de neus weg op te merken: het is maar een spel, jongens. We herschikken de kaarten en delen nog eens rond.

Justitie is mensenwerk en dus gedoemd altijd slechts een kant van de waarheid te bestrijken. Beter kan je de visie waarmee de auteur je langs alle zijden bestookt niet samenvatten. Ernst Quispel, mediafiguur en advocaat van Dorlas, komt aan het einde tot een gelijkaardige slotsom wanneer hij stelt: “Ik heb bijtijds ontdekt dat ik moraal met juridische logica aan het verwarren was.”

Of zoals Dorlas op de drempel van zijn stamkroeg uitkraamt wanneer hem voor de voeten wordt geworpen dat moord in menselijk opzicht het meest smerig denkbare wapenfeit is: “Voor de moordenaar … of voor de vermoorde?”

Kwaadschiks
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: De Bezige Bij Bladzijden: 1296 Kwaadschiks