In Rusland is alles waar en klopt niets

Oorlog en kermis ()
recensie door in

In Oorlog en kermis doet de Nederlandse journalist Olaf Koens een poging om het conflict tussen Rusland en Oekraïne te duiden.

Koens woonde vanaf 2007 in Moskou, waar hij als correspondent voor onder andere de VRT, Knack en de Volkskrant verslag uitbracht over de Russische actualiteit. Als sluitstuk van zijn correspondentschap schreef Koens Oorlog en kermis. Zijn verhaal begint op de Krim, vlak na de annexatie van het schiereiland door de Russen, en eindigt in Moskou in een hallucinante lsd-trip.

Ik probeer met de moeders te praten, maar het lukt niet. Ze willen mijn documenten zien. Ze zijn gemeen. De gesprekken zijn niet bij te benen, de ene bewering is nog gekker dan de andere. Ik ben een spion, zeggen ze. Een Amerikaan, roepen ze. Iemand van de regering in Kiev. ‘Hij zit achter onze kleindochters aan!’, brult iemand. (…)

Tegen beter weten in vraag ik rustig wie dit dorp gesticht heeft, en waarom het Holland heet.

‘Catharina de Tweede!’, roepen de grootmoeders. ‘Niet, Peter de Grote!’ Jaartallen vliegen in de rondte, maar niets klopt. In Holland weet niemand waarom Holland Holland heet.

Koens toont zich vanaf de eerste pagina’s een getalenteerd schrijver en een uitstekende stilist. Met rake beelden, absurde anekdotes en bevreemdende personages weet hij Rusland indringend in woorden te vatten. Als ronddolende journalist, pendelend tussen Kiev, Donetsk, Amsterdam en Moskou, noteert hij maandenlang wat hij ziet, hoort en denkt. Nu eens om de krantenlezers in Nederland inzicht in de situatie te bieden, dan weer om zijn eigen zorgen, twijfels en vermoedens op een rijtje te zetten. Hoe meer hij probeert om de complexe situatie te vatten, hoe duidelijker het wordt dat het Russische volk, zijn Sovjetverleden, zijn buren en zijn conflicten uiterst moeilijk te doorgronden zijn. In een klein stadje op de Krim ontspint zich de volgende, veelzeggende dialoog tussen Koen en een Russische man:

‘Wie zijn jullie eigenlijk?’, vraag ik. ‘Politie, leger, geheime dienst?’ ‘Wij zijn gewoon vrijwilligers.’ zegt de man. Hij glimlacht. Hij liegt dat-ie barst.

Ondanks de beeldende schrijfstijl leest het boek nu en dan als een te langgerekte krantenreportage. Het verhaal kabbelt gezapig verder. Veel vluchtige voorbijgangers passeren de revue en vrijblijvende, overbodige passages halen de vaart uit het verhaal. Het is scherp geschreven, maar de urgentie van het boek als vertelvorm ontbreekt. Waar die andere buitenlandcorrespondent Joris Luyendijk in Het zijn net mensen (2006), een centraal thema hanteert – hoe doe ik aan journalistiek in een dictatoriaal land – is het bij Koens minder duidelijk wat hij met zijn boek wil vertellen.

Geef mensen het woord en de politiek verdwijnt naar het achterplan

Waar zijn breed uitgesponnen ooggetuigenverslag wel op kan bogen, is de gave om een uitvoerig in verschillende media opgevoerd conflict vanuit originele invalshoeken te benaderen. Waar de klassieke oorlogsverslaggever op zoek gaat naar oorzaak, aanleiding en gevolg van het conflict, richt Koens zijn vizier op de bewoners. In Oorlog en kermis maakt de lezer kennis met de vertwijfelde boeren van het pro-Oekraïens verzet, met de roekeloze maar onvermoeibare bezetters van het Maidanplein, maar ook met de ijsvissers, de alcoholisten, de priesters en de taxichauffeurs. Geef mensen het woord en de politiek verdwijnt naar het achterplan. Helaas geldt ook hier: overdaad schaadt; het verhaal verzinkt in een eindeloze stoet personages.

Toch zijn er aantal passages die de lezer recht naar de keel grijpen. Een beklijvend hoogtepunt van het boek is de scène waarin Koens verslagen ronddoolt op de weide waar het passagiersvliegtuig van Malaysian Airlines MH17 is neergestort. Hij was een van de eerste journalisten ter plaatse. Verlamd door paniek, verdriet en walging is Koens tot niet meer in staat dan een kale, droge opsomming te geven van wat hij ziet. Het levert een onvergetelijk stukje proza op.

“In Rusland is alles waar en klopt niets,” schrijft Koens. In verschillende hoofdstukken toont de auteur aan hoe de Russische media hun best doen om de situatie in Oekraïne in het eigen voordeel te verslaan. In de voormalige Sovjetunie is voor nuance weinig speelruimte: professionele propaganda is er nog steeds alomtegenwoordig. Het Oekraïens-Russisch conflict blijft daarom een televisieoorlog, schrijft een ontnuchterde Koens. Een televisieoorlog vol verzinsels en halve waarheden, om een broedervolk uiteen te drijven.

Koens mist de kans om de vinger op de wonde te leggen

Maar ook hier mist Koens de kans om de vinger op de wonde te leggen. Een gefragmenteerd panorama van mensen en meningen in een conflictsituatie is mooi, zolang een minimale politieke insteek de lezer het nodige inzicht biedt. Koens bekent in zijn voorwoord dat hij in zijn boek geen ‘doorwrochte politieke analyses wil brengen’, maar het had zijn boek wel meer bestaansrecht verschaft.

Koens’ verslag eindigt in een waanzinnige lsd-trip, waarin hij als een spook door de straten van Moskou doolt. In bezwerende taal beschrijft Koens pagina’s lang voor een laatste keer de gezichten, de wonden en de kermis van Rusland. Hij heeft het land in tien jaar tijd onherkenbaar zien veranderen, maar de auteur is er – net zoals de lezer – zelf weinig wijzer op geworden. In het beste geval leverde het hem inspiratie op voor een eerste roman. Die willen we dan wél graag lezen.

Oorlog en kermis
Jaar van uitgave: 2015 Categorie:
Uitgever: Prometheus / Bert Bakker Bladzijden: 232