Op de barricades van de zelfgenoegzaamheid

Samen door één deur. Hoe wij, kinderen van de Verlichting, onze samenleving moeten beschermen. ()
recensie door in

Vrienden van de Verlichting, ¡alerta! Onze westerse, meest volmaakte manier van samenleven ligt onder vuur. En buiten die akelige Arabieren, hebben we dat enkel aan onszelf te danken. Maar vrees niet, lieve kinderen van de Verlichting, want daar is Guillaume Van der Stighelen, sterke held, die ons van onze zelfopgelegde zwakte komt bevrijden!

Dit, in de eerste plaats, omdat marketinggoeroe en mediaman Van der Stighelen niet langer doof kon blijven voor onze hopeloze hulpkreten. “[A]an de toog, op de tram, tijdens het diner” – overal werd hij door angstige zielen vastgeklampt. Met steeds dezelfde vraag: komt het nog wel goed met “al die nieuwkomers” hier? In Samen door één deur, zijn antwoord: misschien. Op voorwaarde, tenminste, dat we eindelijk “een beetje fanatiek worden” in het verdedigen van onze westerse samenleving.

Deze verdediging neemt niet alleen de provinciale waarden van “de nieuwkomers” onder vuur. Want we moeten ook zelfkritisch durven zijn – en vaststellen dat we onze (vanzelfsprekend) superieure sociaalpolitieke attitudes niet altijd erg overtuigend uitdragen. Dit samenspel stelt onze samenleving voor een existentieel probleem: het is een slecht merk. Want omdat onze verlichte vrijheden zichzelf slecht verkopen, zoeken sommigen hun heil bij valse profeten, die niet alleen onze vrijheid, maar ook onze verdraagzaamheid bedreigen. De oplossing ligt gelukkig voor de hand: een frisse marketingstrategie!

Dit samenspel stelt onze samenleving voor een existentieel probleem: het is een slecht merk.

“Dertig jaar aan een stuk heb ik op de barricades gestaan […]. Ik heb bedrijfsgeesten aangewakkerd en werklui trots gemaakt op het logo waarvoor ze kostbare tijd met hun kinderen opofferden. Mens, wat heb ik gestreden. Ik was een held. […] Ik heb gestreden, en ik strijd nog steeds.”

Vederlicht Verlicht
Vandaag strijdt Van der Stighelen voor de “grondbeginselen van onze samenleving”. Deze worden zogezegd gesymboliseerd door wat hij ‘de Verlichting’ noemt. En deze symboliek moeten we dus dringend uit het vagevuur van de onverschilligheid opvissen. Verwacht echter niets zinvols over de historische periode met dezelfde naam te lezen. Zoals door Van der Stighelen verkocht, verkracht het merk ‘Verlichting’ immers zowat alle sociale, politieke en nationale tegenstellingen binnen de werkelijk bestaande Verlichting. In functie van een moraliserend en diep ideologisch discours negeert hij de complexe realiteit van zowel de historische periode als de verschillende transformaties die in haar schoot en in haar naam plaatsvonden. In plaats van deze complexe realiteit schotelt Van der Stighelen ons enkele parabels voor, die samen een naïef en vulgair scheppingsverhaal van onze zogezegd Verlichte manier van samenleven vertellen.

De Verlichting die Van der Stighelen viert, is een farce die niet door de minste kennis van zaken (laat staan: ook maar een schaduw van historische kritiek) wordt gehinderd. Maar geen marketeer die daarnaar kraait. Want waar het om draait is dat Van der Stighelen deze Verlichting, deze politieke mythologie, vervolgens in twee postmoderne clichés kan samenvatten: “niemand heeft de absolutie waarheid in pacht” en “niemand heeft de absolute macht”. En nogmaals: dat geen enkele Spinoza of De Witt, Hobbes of Hume, Rousseau of Voltaire, Jozef II of Frederik II, Kant of Hegel, de Staël of Robespierre de geest van hun tijd überhaupt in deze termen had kunnen denken, doet allerminst ter zake. Want het enige wat wel ter zake doet, is dat Van der Stighelen uit zijn verlichtingssprookje enkele actuele politieke boodschappen destilleert.

Want pas wanneer ook zij het licht zien en beseffen dat dé waarheid niet bestaat, zullen we met z’n allen door één deur kunnen.

Te beginnen met zijn belangrijkste les: als we onze manier van samenleving willen redden, moeten we de wij-zijlijn verleggen. Deze moet ons – “die nu eenmaal bruggenbouwers zijn” – niet langer scheiden van “de nieuwkomers”, maar wel van de nog veel akeligere mensen (al dan niet nieuwgekomen) “die de kloof dieper maken”. Want pas wanneer ook zij het licht zien en beseffen dat dé waarheid niet bestaat, zullen we met z’n allen door één deur kunnen. Maak je echter zeker geen zorgen: al snel wordt duidelijk dat het hertekenen van de etnische naar een postmoderne breuklijn niet meer dan een discursieve ingreep is. Want samen door één deur gaan, betekent ook dat zij die de kloof dieper maken (en doorgaans nieuwkomer zijn), zich zeker niet te druk moeten maken over zaken die in het licht van de wij-zijlijn 2.0 onbeduidend zijn, zoals structureel racisme. Want “leuk is dat niet”, maar bruggen bouwen is nu eenmaal erg zwaar en vermoeiend werk. (“Wij Belgen zijn geen slechte mensen. We zijn alleen soms wat bang dat we te goed zijn.”)

Ook de andere dappere lessen die Van der Stighelen leert, komen rechtstreeks uit het handboek van de culturalistische consensus. Nieuwkomersverklaringen, burgerschapslessen, het besef dat het leven voor niemand gemakkelijk is. Dat onze verlichte maatschappij je echter graag vooruithelpt – wanneer je je grieven maar goed genoeg in de markt zet. En als jij, misnoegde nieuwkomer, om te beginnen al eens wat zachter zou praten, dan zal je snel beseffen dat je enkel sans voix was omdat je jezelf had hees geschreeuwd.

An diesem, woran dem Geiste genügt
Samen door één deur is een paternalistisch en pedant pamflet, uitsluitend zinvol als illustratie van de huidige moedeloosheid van burgerlijke discours. De wijze waarop Van der Stighelen het verleden voor zijn kar probeert te spannen, is hierbij een slechte parodie op inzicht en engagement. In de woorden van Kant: “Wat hiermee anders te doen, dan te lachen, en je gang met vlijt, orde en helderheid geduldig voort te zetten, zonder naar zo’n straatartiesten om te kijken?” Alles wijst er echter op dat de ironie van een Verlichting die politiek sublimeert met marketing, emancipatoire daden met lege verhalen, onze held volledig zal ontgaan.

Samen door één deur. Hoe wij, kinderen van de Verlichting, onze samenleving moeten beschermen.
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Lannoo Bladzijden: 141