Rijke ideeën, onvoldragen roman

Jungle ()
recensie door in

Joost Vandecasteele noemt zichzelf een schrijver van b-literatuur. Hij heeft geen interesse in de psychologie van zijn personages maar wel in hun ideeën. Zijn vijfde roman Jungle staat bol van de ideeën, zo bol zelfs dat de lezer er een beetje scheel van gaat kijken. De vraag werpt zich op waarom Vandecasteele dit allemaal precies in een roman, in één roman dan nog, aan ons kwijt wil.

Een basisregel voor het schrijven van romans luidt: show, don’t tell. Om de lezer dieper in het verhaal te sleuren, zijn verbeelding meer aan het werk te zetten, is het van belang om niet zomaar te zeggen dat het hoofdpersonage een eikel is maar om dat in verschillende handelingen te illustreren. Natuurlijk zijn er uitzonderingen op zo’n regel. Vrijheid van Jonathan Franzen is bijvoorbeeld een zeer vertellend boek, maar een grote verteller komt daar mee weg.

Het hoofdpersonage verdwaalt in verschillende steden

Jungle van Joost Vandecasteele is ook een vertellend boek. De verteller van dienst is een doorslagje van de schrijver zelf. Hij woont in Brussel, is net zijn uitgeverij kwijt en probeert in zijn levensonderhoud te voorzien door elke vorm van schrijfopdracht te aanvaarden, want boeken zijn niets meer dan “volumineuze visitekaartjes om een volgende korte opdracht te versieren.” Het klinkt alsof Vandecasteele in ieder geval zelf niet de pretentie heeft een grote verteller te zijn.

“Het hoofdpersonage is even doelloos als zijn schepper,” laat Vandecasteele even later vallen, opnieuw een verwijzing naar de twijfels over zijn schrijversschap. Dat hoofdpersonage reist naar, en verdwaalt dan in verschillende steden: Brussel in de ban van protesten, Madrid in de ban van de crisis, New York als eeuwige illusie en Astana als vers gemaakte en kundig aan de man gebrachte illusie.

Vandecasteele vertrekt er steeds vanuit zeer realistisch beschrijvingen en slaat halverwege om in een vorm van waanzin of gore. “Mijn toestand brengt me aan het twijfelen over wat ik nu meemaak, alsof ik toch slaap en een voorheen verzonnen fantasie tot een droom verworden is.” Met die twijfel gaat Vandecasteele echter onvoldoende aan de slag om de lezer echt uit zijn lood te slaan.

Vandecasteele kan zonder weerga een mening opbouwen op een huis van praktijkvoorbeelden

Vandecasteele vuurt spitante citaten en theorietjes (de ‘hot waitress economic index’) af en doet dit bijwijlen zoals marketinggoeroe’s aforismen afvuren. Dat maakt het lezen vooral heel vermoeiend en, meest van al, dat Jungle bij momenten meer een drammerig traktaat dan een roman is. Zo is er de Spaanse dakloze Hugo die in een razende monoloog minstens vijf vlijmscherpe columns afvuurt.

Goede columns, dat zeker, want Vandecasteele toont in Jungle vooral dat hij zonder weerga een mening kan bouwen op een huis van praktijkvoorbeelden. Diezelfde maatschappijkritiek lees je echter, als je dat wil, wekelijks online als je daarvoor de juiste media en blogs volgt. De geïnformeerde lezer die ik ben, valt van de bundeling columns in Jungle niet steil achterover. Hij vindt in Vandecasteele wel een medestander, en eentje die verdomd to the point kan schrijven.

Wat de roman Jungle echter mist, is net datgene wat Vandecasteele er niet in wil stoppen : de psychologie van de personages en de vernuft van een plot. Wanneer Vandecasteele de Spaanse vertaler van het werk van zijn hoofdpersonage opvoert, confronteert hij zichzelf met deze beperking:

Weet je wat Bob doet in plaats van vertalen? Hij maakt ze beter. […] vertel hem de korte inhoud van een ander boek en hij verandert het in grootse literatuur.

“Een virtuele wereld is pas geloofwaardig als ze vol onbruikbare rommel en rotzooi ligt,” zo laat Vandecasteele zijn hoofdpersonage een game-ontwikkelaar citeren. Deze visie huldigt hij ook in Jungle, een roman die bewust nalaat om elke dode mus op te pikken. Personages en gebeurtenissen mogen onaf zijn en zonder verdere gevolgen. In die visie wil ik hem overigens best volgen. Het is echter geen antwoord op de vraag waarom Vandecasteele hier voor de romanvorm kiest.

Misschien is Jungle echt bedoeld als een visitekaartje

Misschien heeft hij Jungle echt bedoeld als een visitekaartje, als een nuttige tijdsbesteding voor “onbevraagde dagen.” Misschien is het schrijversschap van Vandecasteele bijwijlen echt de worsteling die zijn hoofdpersonage ervaart:

In de stille hoop al een eerste zin op papier te hebben waartegen de rest van de tekst zich spontaan ophoopt als aangeblazen zand op een duin.

Jungle is, alles bij elkaar, een zeer rijk ideeënboek maar een onvoldragen roman.

Jungle
Jaar van uitgave: 2016 Categorie:
Uitgever: Lebowski Bladzijden: 255