Snowboots tussen hoge hakken

Het land dat maar niet wil lukken ()
recensie door in

Fleur de Weerd schreef een verhelderende, toegankelijke kennismaking met Oekraïne. Ze gidst de lezer met zachte hand en open ogen doorheen een land waarover hoogstens enkele clichés tot de communis opinio behoren.

Sinds de protesten van 2013-2014 en de aanhoudende oorlog in het oosten van het land, is Oekraïne een vaste klant op de krantenpagina’s. Daar gaat het echter steevast over politiek en geweld, niet over inwoners, cultuur of geschiedenis. Het is de catch 22 van het nieuws die Joris Luyendijk ertoe dreef Het zijn net mensen te schrijven: nieuws gaat over wat afwijkt, niet over het dagelijkse leven. Terwijl dát net zorgt voor het juiste canvas om nieuwe gebeurtenissen beter op te kunnen zien.

Ook journaliste en historica Fleur de Weerd, die enkele jaren correspondent was in Oekraïne, merkte dat hiaat op. Dus schreef ze Het land dat maar niet wil lukken. Een reis door het grillige Oekraïne, een laagdrempelige inleiding op het land dat ze van binnenuit leerde kennen vanaf 2012, toen Oekraïne samen met Polen het EK voetbal organiseerde.

De lezer reist op goed geluk mee van feminisme over het platteland tot oligarchen en gesmokkelde Ikea-waren

De Weerd beschrijft de Oekraïners en hun land aan de hand van haar eigen ontmoetingen en reizen, de plekken en mensen die ze bezocht. De lezer reist op goed geluk mee van feminisme over het platteland tot oligarchen en gesmokkelde Ikea-waren. En af en toe last de schrijfster een goed gemikte historische uitweiding in.

De stijl die ze daarvoor hanteert is uiterst effectief: korte zinnen, veel dialogen, een goede balans tussen humor en tragiek waardoor de lectuur zelden hapert. Een talent voor puntige eindes, ook. Neem de passage waarin Alexej een hoofdrol speelt als chauffeur, fotograaf en hoofd van De Weerds gastgezin uit de buurt van Donetsk, waar ze een week verblijft. Het machismo van de Oost-Oekraïner is evident, maar komt pas in de laatste zinnen krachtig in beeld:

Met grote stapppen loopt Alexej naar de kapstopk en pakt zijn jas.
‘Ik heb geen zin meer om nog iets te doen vandaag,’ zegt hij. ‘Help jij Maria anders even met koken, dan ga ik met de buurman een glas wodka drinken.’ Zonder mijn antwoord af te wachten, loopt hij de deur uit.

Door zichzelf regelmatig als inzet van een scène te maken, door haar eigen verwachtingen, inzichten en twijfels mee te geven, voegt de schrijfster aan haar boek ook een fijne extra laag toe. Het land dat maar niet wil lukken gaat immers niet in de eerste plaats over Oekraïne, het gaat vooral over hoe Oekraïnse waarden en mentaliteit zich verhouden tot die van De Weerd – die van de gemiddelde West-Europese lezer. En dus ook over westerse waarden.

De vele confrontaties die haar houding, haar vragen en zelfs haar kledij opleveren, leggen telkens de vinger op een andere bijzonderheid van mainstream Oekraïne. Het is er koud en spekglad, dus draagt de Nederlandse snowboots. Praktisch maar verre van elegant. Het leidt dan ook tot venijnige opmerkingen van de jonge, blonde, piekfijn uitgedoste Oekraïnse vrouwen op hoge hakken.

Het is ook dat soort beelden dat het meest doeltreffend is in de kenschets van het land. De Weerds gesprekken met vrouwenrechtenactiviste Nadja zijn boeiend, maar winnen vooral aan kracht door de ontmoetingen van de schrijfster met de dochter uit haar Kievse gastgezin, Tanja, een rotverwende 37-jarige vrijgezel die dagelijks hopeloze Skype-gesprekken voert op zoek naar de ware Jacob (een rijke echtgenoot uit het buitenland).

De gesprekken met elke Nadja worden zo met fluostift gemarkeerd door de passage van elke Tanja. Maar ook omgekeerd heeft elke Tanja in het boek een Nadja nodig, om niet tot een ondraaglijke opstapeling van cliché’s te verworden. Fleur De Weerd vindt schijnbaar moeiteloos het evenwicht tussen duidelijke beelden en genuanceerde inzichten.

Toch is net dat moeiteloze wat bij momenten ook als weerhaak werkt. Alle dialogen zijn bijvoorbeeld in erg vlot, spreektalig Nederlands weergegeven. Dat komt de leesbaarheid ontzettend ten goede, maar het werpt ook vragen op over de communicatie tussen de schrijfster en de mensen die ze ontmoet. Ze spreekt wel wat Russisch – een taal die ook de meeste Oekraïners beheersen – maar geen Oekraïens. Op enkele momenten komt een tolk ter sprake, maar veel vaker lijkt het alsof De Weerd helemaal alleen op pad is. Hoe krijgt ze dan die moeiteloze dialogen voor elkaar, zijn die wel allemaal even betrouwbaar? Heeft De Weerd haar boek niet net iets te enthousiast gepolijst?

Nu goed, het boek doet vooral benieuwen naar meer lectuur over de geschiedenis, bewoners en toekomst van Oekraïne. Het land dat maar niet wil lukken is een uitstekende introductie voor Nederlandstalige lezers die snel en ontspannen iets over Oekraïne wensen op te steken.

Reactie van de auteur

Beste Simon,

Bedankt voor je mooie woorden! Leuk dat je de vraag opwerpt hoe ik met al deze mensen gesproken heb. Het klopt inderdaad dat weinig Oekraïners Engels spreken. Maar tegelijkertijd zijn ze er toch weldegelijk. Sterker nog: hun aantallen groeien hard. Vooral in groten steden heb je steeds beter Engels onderwijs en willen ook meer en meer jongeren Engels leren om de armoede te ontvluchten.

Toen ik in 2012 mijn eerste reizen maakte, ontmoette ik vooral mensen uit deze groep. Ik was destijds een arme, pas afgestudeerde journalist en maakte tijdens mijn reizen veel gebruik van de website couchsurfing, waarbij je bij mensen thuis op de bank kunt slapen. Je begrijpt het al: het is een internationale site dus er zijn vooral Oekraïners aangesloten die een woordje Engels spreken.

Dit Engelstalige netwerk heeft me veel opgeleverd, verschillende van de couchsurfers hebben me later nog geholpen om interviewkandidaten te vinden of zelfs geholpen met tolken. (Ik kan het aan iedere jonge correspondent aanraden zo te reizen.)

Dat brengt me op mijn tweede punt. Hoewel ik het weliswaar niet bij ieder interview heb vermeld in het boek, heb ik namelijk weldegelijk veel met tolken en vertalers gewerkt. Ik heb ze alleen niet altijd vermeld. Waarom niet? Omdat dat saai zou zijn! Ik hanteer (en vele journalisten met mij) de regel alleen aanwezigen in een verhaal op te nemen als ze daadwerkelijk een rol spelen in dat verhaal. Vandaar dat ik wel mijn Russische tolk opvoer in het verhaal over de de Krim: deze tolk begon te bekvechten met het Tataarse meisje dat ik interviewde en maakte daarmee een sentiment duidelijk dat speelde in op het schiereiland en later heel relevant bleek. Maar  veel vaker deed de tolk niet meer dan vertalen en was het dus niet relevant hem of haar te noemen.

Ten slotte en misschien ter overvloede: veel van de verhalen in dit boek zijn al eerder verschenen in de dagblad Trouw. Omdat ik veel interviews in opdracht van die krant heb gedaan, had ik de aantekeningen en tapes nog. Daar was ik achteraf erg blij mee want ik kon uitspraken en details in het boek opschrijven die de krant niet hadden gehaald.

Met vriendelijke groet,

Fleur

Het land dat maar niet wil lukken
Jaar van uitgave: 2015 Categorie:
Uitgever: Atlas Contact Bladzijden: 288