Tussen theater en realiteit in bordeel Cinderella

Cinderella ()
recensie door in

Met Cinderella maakt Michael Bijnens een zwierige entree door de poort der Nederlandstalige letteren. Zijn theateropleiding en zijn uniek leven als kind van een prostituee geven een extra cachet aan zijn romandebuut, dat veel belooft voor de toekomst.

In Cinderella vertelt hoofdpersonage Michael Baetens (niet te verwarren met auteur Michael Bijnens, red.) op een indringende manier de lotgevallen van zijn moeder. Prostituee Iris Vandamme heeft een schrijnende jeugd in het rustieke Vlaanderen achter de rug en is op zoek naar een sterke man die ze wellicht nooit zal vinden. Zo belandt ze van het ene fiasco in het andere bankroet, tot haar zoon Michael, die op haar kosten leeft, haar bloedeigen pooier wordt in bordeel Cinderella.

De kracht van Cinderella ligt niet enkel in het originele, goed gedocumenteerde thema. Heel ingenieus is de vertelstructuur van het boek. Hoofdpersonage Michael wordt pooier, zodat hij zich als schrijver kan voeden aan de avonturen van zijn moeder. In enkele komische intermezzo’s geven zijn moeder of andere figuren uit haar entourage commentaar op het manuscript dat hij aan het schrijven is. Tegelijkertijd maakt Baetens volwaardig deel uit van de bedrijvigheid in het bordeel, en kent hij evengoed zijn sterktes en zwaktes. Het lijkt op het doorbreken van de vierde wand in theatervoorstellingen, en dat is natuurlijk geen toeval: Bijnens is naast auteur ook een beloftevol theatermaker.

De nachtelijke gesprekken tussen de prostituees en de pooier die de tijd moeten zien te doden, zijn zeer sterk

De zinnen in Cinderella zijn lang, maar behapbaar – er zit veel ritme in. Kijk maar:

“Wij verhuisden om de zes maanden naar een ander appartement in een andere stad met een andere vent, en telkens wanneer wij in een nieuw salon moesten zetelen en aan een nieuw gezicht voorgesteld werden, overtuigde mijn moeder zichzelf en ons ervan dat wat achter ons lag tot het verleden behoorde, hoewel wij niet wisten wat er aan dat verleden dan wel zo verschrikkelijk was.”

Door die lange zinnen moet je Bijnens wel enkele minder goed gekozen vergelijkingen vergeven, zoals “Haar stem klonk gelijk het gekraak van een sopraan met een chronisch gezwel in haar keel”, of “Ik liet Lirims woede in het afvoerputje van zijn eigen hormonenhuishouding verdwijnen en begon over iets anders.”

Hoewel er heel wat autobiografische elementen in Bijnens’ debuut verwerkt zijn – zijn moeder is ook in het echte leven een prostituee– is hij er zeker in geslaagd om zijn levensverhaal naar literatuur te vertalen. De nachtelijke gesprekken tussen de prostituees en de pooier die de tijd moeten zien te doden, zijn zeer sterk. Slechts een enkele keer, wanneer de omstandigheden van het verhaal de personages tot actie nopen, komt die nadruk op de dialogen ietwat onnatuurlijk over. De scènes in kwestie doen eerder theatraal dan werkelijk aan en op dergelijke momenten worden de prostituees pas echt poppen in hun eigen theater.

De taal die in het bordeel wordt gesproken, is ontegensprekelijk Vlaams. Een gevaarlijke keuze – al snel word je een onnatuurlijke kloon van Claus, Boon of Verhulst – maar Bijnens’ weelderige idioom blijft overeind.

’Schaamt gij u voor mij misschien?’

‘Moeder, dat heeft daar niks mee te maken. Ik heb gewoon geen goesting om met uw blote kut in dat bubbelbad te gaan zitten.’

Door de rauwe werkelijkheid van de prostitutie is Cinderella bij wijlen een erg ruw verhaal. De personages in het boek zijn gedoemd om hun innerlijke strijd te verliezen. Ze zijn rad van tong (onder meer door de liters champagne die in het boek worden geslurpt) en laten zich niet doen, maar ze hebben een klein hart. De emanatie van die strijd is Iris Vandamme, Baetens’ eigenste moeder, die honderd keer valt en even vaak opstaat, om daarna opnieuw te vallen. Het boek kan daarom zowel gelezen worden als een afrekening met en een liefdesverklaring aan Baetens’ moeder.

Bijnens’ debuut telt bijna vijfhonderd bladzijden, niet evident voor een eersteling. Onze aandachtsboog kende maar één klein dipje, op het moment dat hoofdpersonage Michael Baetens zijn eigen weg probeert te gaan in het leven. Die verhaallijn staat een beetje te ver af van de rest van het verhaal, maar dat zijn we alweer vergeten door het zinderende einde van het boek.

Zelden heeft een debutant zoveel te vertellen als Bijnens in Cinderella. Het is nu al uitkijken naar volgend werk van deze nieuwe stem in de Nederlandstalige literatuur.

Reactie van de auteur

Mijn criterium voor een goede recensie is dit: wijst de pen waarmee hij geschreven is naar zichzelf of naar het boek? Deze recensent was alvast niet aan het masturberen, en dat is fijn om te lezen.

Wat mij meteen opviel is dat de subtiele verhouding tussen werkelijkheid en fictie die het boek kenmerkt niet wordt genegeerd. Vaak wordt in interviews de indruk gewekt dat ik het verhaal zou hebben meegemaakt. Niet dus.

Zoals alle goede fictie is het een aftakking van de werkelijkheid, misschien wel een die weer op die werkelijkheid aansluit – zelfs mijn eigen moeder gelooft het allemaal, onlangs stond ze nog in mijn living met het idee om dat hoerenkot daadwerkelijk over te nemen – toch blijft het vooral een verhaal dat de wereld moet vergroten, niet louter herhalen.

Ik ben schrijver, geen pooier, ik kan ontbijten met havermout of yoghurt en tien minuten later volledig gedrogeerd een hoer achterna rennen die op krukken loopt en die op haar beurt wegvlucht voor een Albanees die in zijn eigen voet geschoten heeft.

Wat dan wel weer volstrekt realistisch is, is de theatraliteit. Natuurlijk heeft mijn opleiding mijn zintuig voor het burleske en groteske verscherpt, maar die stijlfiguren zijn in een hoerenkot als vanzelf aanwezig. Meisjes hebben valse namen, verkleden zich, uiten hun venijn en nijd door voorstellingen op te voeren die niemand gelooft, behalve zijzelf.

Ik heb mijn eigen moeder ooit opgevoerd in een theatershow – een verdraaide versie daarvan staat in dit boek – na afloop dacht het gros van het publiek dat ik een actrice had ingehuurd.

Mijn moeder is een levend personage. Zij is een rol. Wandelende fictie. Misschien net daarom dat ze het hele boek van begin tot eind lijkt te geloven. Ze heeft de realiteit niet meer nodig. Of andersom.

Een bordeel als Cinderella is een schuilplaats voor zij die door die realiteit verstoten zijn. En er tegelijkertijd het hart van uitmaken. Want ja, dat is de zegen van de fictie voor mij, alleen mythes maken de werkelijkheid mogelijk.

Cinderella
Jaar van uitgave: 2015 Categorie:
Uitgever: Atlas Contact Bladzijden: 476