Wattache mette taal kunttoen

Geboeid / Prometheus ()
recensie door in

Geen alledaagse leeservaring: de tekst van Geboeid / Prometheus is een verticale lijn, met één tot zes lettergrepen per regel, badend in witruimte. En de taal? Zoals we die kennen van Jan Decorte: allerindividueelst, fonetisch neergeschreven.

Decorte presenteert zich graag als de tegendraadsheid zelf. Dat blijkt ook weer uit die bizarre titelomkering. In het Grieks is ‘geboeid’ een adjectief: Prometheus geboeid, zoals ook de trouwe vertaling van Gerrit Komrij heet. Jan Decorte keert de twee woorden niet enkel om, hij scheidt ze opzichtig, met zowat het enige leesteken van het boek: Geboeid / Prometheus.

Niet-tekstuele franjes blijven verder achterwege bij Decorte: geen sprake van leestekens, flaptekst, inleiding, dramatis personae of paginanummers. De enige uitspatting is een grote auteursfoto op het achterplat. Binnenin staat de taal centraal, het gesprek tussen de koppige Prometheus en zijn bezoekers. Decorte speelt hoog spel. Ofwel grijpt de tekst je bij de lurven, ofwel krijg je hem niet uitgelezen.

Want eigenlijk staat niet de taal, maar de lectuur centraal. Het buitenissige idioom vereist een bijzonder attente en open leeshouding. Laat je blik rustig over de pagina’s dwalen en je ziet uitsluitend koeterwaals. Maar begin geconcentreerd te lezen, geef ruimte aan je leesstem, herneem zonder morren wanneer de grillige schrijfwijzen of enjambementen je op het verkeerde been zetten – en na een paar bladzijden volgen de vaart en het amusement. Alsof je net opnieuw hebt leren lezen.

En als je eenmaal mee bent met Decortes taal, blijken zinsbouw en woordgebruik buitenmate eenvoudig, gespeend van de lyrische zwaarte van de originele tragedie. Je kan je afvragen wat dan de meerwaarde is van zo’n tegendraadse vorm. Wat mij betreft zorgt die ervoor dat je de eenvoudige spreektaal die erachter zit niet meer als banaliteiten kan benaderen.

Door de vormelijke drempel verschilt het boek fundamenteel van het theaterstuk

Het boek Geboeid / Prometheus verschilt door die vormelijke drempel dan ook fundamenteel van het theaterstuk, gebracht door Decortes toneelgezelschap Bloet. Daar valt in de eerste plaats de simpelheid van het gesproken verkavelingsvlaams op, en ontbreken de visuele hindernissen, de ongewone woordbeelden. Het is een heel andere ervaring om eerst te ontcijferen en dan pas te herkennen. Niet toevallig verworden Decortes stukken op de bühne voor mij nogal snel tot een saaie, oppervlakkige bedoening, terwijl diezelfde stukken op papier veel frisser lijken, prikkelen.

de kunst
wattache
mette
taal
kunttoen
en mette
woorde
echte
kunst
die vannet
diepste
komt
en dieche
nie kunt
liege

Spreek dit uit op de bühne, en je hoort een banale opmerking. Maar op deze manier geschreven vind ik het een prachtzin.

Taal en vorm: ze zijn belangrijke instrumenten in een tragedie met zulks een statische handeling. Amper kan je spreken van een synopsis: bij aanvang van het stuk ketent Hefaistos Prometheus vast, op bevel van oppergod Zeus, aan het einde ontketent Zeus zelf enorm natuurgeweld om definitief met Prometheus af te rekenen. Tenminste, in het oorspronkelijke verhaal. Jan Decorte laat Zeus’ vernietiging niet zien in zijn tekst, die eindigt met het testament dat Prometheus voor zichzelf ziet: “hier rust / de god / die niks wou / zegge / den / eerlike / de goede / de zot”.

Dat ‘niets willen zeggen’ beslaat inderdaad het grootste deel van Geboeid / Prometheus. De titaan is op de hoogte van een geheim waarmee hij zijn verlossing zou kunnen afkopen, maar weigert obstinaat en hooghartig dat geheim over het mogelijke einde van Zeus te delen. Liever loopt hij te koop met zijn weldaden voor de mensheid, het vuur dat hij voor hen stal, de uitvindingen die hij hen schonk: taal, kunsten en wetenschap.

Hij doet dat zo vaak en uitdrukkelijk dat het het koor wel eens te veel wordt: “geraaltu / zellef”, klaagt het. En: “zo spreke / en tche / heim / ni ver / klappe / dasstraf”. Maar Prometheus blijft zich als martelaar presenteren: “ik swijch / voor / mij istok / ni ge / makkelijk / ikkou voet / bij stuk / denal / starrige / zullese mij / noeme / de zwijgerik”.

Het is verleidelijk deze zwijgerik te zien als de kunstenaar die enigmatisch maar zelfbewust het voetlicht opzoekt in de samenleving, om – desnoods ten koste van zichzelf – te orakelen en al wie mak meegaat met machthebbers aan het twijfelen te brengen. Verleidelijk, maar niet evident. Is Prometheus niet eerder een exponent van de mensheid die hem zo na aan het hart ligt? Iemand die te hoog wil reiken en zichzelf te graag ziet?

De omgekeerde titel verlost Prometheus van zijn boeien. De personages die langskomen zijn evenzeer geboeid als Prometheus, ze blijven gefascineerd door zijn halsstarrigheid die ze niettemin afkeuren. En de kadans van de taal boeit de lezer die bereid is opnieuw te leren lezen en zich te laten meevoeren. Prometheus: “ikkepse / lere / spreke / ense ver / stonde / mekaar”.

Geboeid / Prometheus
Jaar van uitgave: 2015 Categorie:
Uitgever: Epo Bladzijden: 124 recensie-geboeid-prometheus-jan_decorte